Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Roodborstlijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Roodborstlijster | Turdus migratorius

American Robin | Zorzal robín

De roodborstlijster is de bekendste lijster van Noord-Amerika: grijsbruin van boven met een oranjerode borst en buik. In het gidsgebied broedt hij als standvogel in de bergen van het noorden en midden van Mexico, met een aparte, lichte populatie in het zuiden van Baja California. In de winter komen daar groepen uit het noorden bij, die vooral in het noorden van Mexico rondzwerven langs vruchtdragende bomen.

Roodborstlijster (Turdus migratorius)
Foto: Andy Reago & Chrissy McClarren — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks heldere, fluitende frasen van twee of drie tonen, afwisselend stijgend en dalend, vaak al voor zonsopkomst. Roept met een scherp piek, een snel herhaald tuk-tuk-tuk bij onrust en in de vlucht een hoog, dun tsiep.

Luister: ZangXC1185922

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

23–28 cm. Rug en vleugels grijsbruin, kop donkerder grijs tot zwartachtig, met een onderbroken witte oogring. Keel wit met zwarte streepjes; borst en buik egaal oranjerood, onderstaartdekveren wit. Snavel geel met een donkere punt. Het vrouwtje heeft een lichtere kop en een valere borst. Jonge vogels hebben donkere vlekken op een lichtere oranje borst en lichte vlekjes op de rug. De standvogels in de Mexicaanse bergen hebben een minder contrasterende kop en een valere, meer okerkleurige borst; de vogels in het zuiden van Baja California zijn nog valer en grijzer.

Verwarrings­soorten

De roestruglijster Turdus rufopalliatus (Pacifische kant van West-Mexico) heeft een roestbruine rug en grijze kop, met een gestreepte witte keel en oranje flanken maar een witte buik. De roodkraaglijster Turdus rufitorques (Chiapas en noordelijk Midden-Amerika) heeft een zwart of grijsbruin lichaam met een roestrode kraag en borst. De aztekenlijster Ridgwayia pinicola is donkerbruin met opvallende witte vleugelvlekken en een witte buik.

Leefgebied

Pijn-eikenbos, naaldbos en eikenbos in de bergen, vooral open plekken en bosranden, ook beboste ravijnen en oeverbos; in de winter ook laagland, boomgaarden, parken en tuinen. Broedt in Mexico meestal tussen 1500 en 3500 m. Zoekt op de grond naar regenwormen en insecten en eet vooral buiten het broedseizoen veel bessen, zoals jeneverbes en meidoorn.

Verspreiding en trek

Broedt van Alaska en Canada door de Verenigde Staten tot in het gidsgebied: in de bergen van het noorden van Baja California, in de Sierra de la Laguna in het zuiden van Baja California en langs de Sierra Madre Occidental, de Sierra Madre Oriental en het Transmexicaanse Vulkanische Gebergte tot in Oaxaca en het westen van Veracruz. Vogels uit het noorden overwinteren in het noorden en midden van Mexico, verder zuidelijk schaars; tot in Guatemala zeldzaam.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het hele jaar te vinden in de bergbossen en parken rond Mexico-Stad en in de Sierra Madre. In de winter vormen zich in het noorden van Mexico groepen bij vruchtdragende jeneverbessen, madroños en sierstruiken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Een van de meest talrijke vogels van Noord-Amerika en sterk aangepast aan door mensen veranderd landschap. De populatie in de Sierra de la Laguna is klein en afhankelijk van het pijn-eikenbos in dat gebergte.

Wetenschappelijke naam

Turdus migratorius | Linnaeus, 1766

Linnaeus beschreef de soort in 1766 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. migratorius is Latijn voor 'trekkend, zwervend', van migrare 'verhuizen', naar de trek van de noordelijke vogels. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noord-Amerika.