Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Roestbuikorganist

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Roestbuikorganist | Euphonia fulvicrissa

Fulvous-vented Euphonia | Eufonia ventrileonada

De roestbuikorganist is een kleine organist van het vochtige laaglandbos van midden- en oostelijk Panama, die verder zuidwaarts tot in het westen van Colombia en het noordwesten van Ecuador voorkomt. Het mannetje is blauwzwart en geel met een roestgele buik en onderstaart; die warme tint onderscheidt hem van de verwante organisten in hetzelfde bos.

Roestbuikorganist (Euphonia fulvicrissa)
Foto: TonyCastro — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een droog, vlug tsjip-tsjip of een kort, metaalachtig gerammel. De zang is een gejaagde reeks tjirpjes en korte fluittoontjes.

Luister: ZangXC1174019

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–10 cm. Klein en gedrongen, met een korte, dikke snavel. Mannetje: bovendelen, zijkop en keel glanzend blauwzwart; voorkruin geel tot ongeveer boven het oog. Borst en flanken geel, buikmidden en onderstaartdekveren warm roestgeel; de buitenste staartpennen met wit aan de onderzijde. Vrouwtje: bovendelen olijfgroen met een roestbruin voorhoofd; onderzijde olijfgeel, op buikmidden en onderstaart roestgeel getint.

Verwarrings­soorten

De witbuikorganist Euphonia minuta heeft een witte in plaats van roestgele buik en onderstaart. De dikbekorganist Euphonia laniirostris heeft een gele keel; de geelkruinorganist Euphonia luteicapilla heeft een volledig gele kruin en een gele onderstaart. Het vrouwtje van de vuurbuikorganist Euphonia xanthogaster heeft eveneens een roestbruin voorhoofd, maar een grijze nek en een grijzere onderzijde zonder roestgele buik.

Leefgebied

Kruin en randen van vochtig laaglandbos, ook hoge secundaire bossen, galerijbos en randen van open plekken in het bos; vooral beneden 800 m. Leeft in paartjes of kleine groepjes, vaak in gemengde groepen met tangaren en andere organisten. Eet vooral maretakbessen en kleine vruchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in midden- en oostelijk Panama, van de omgeving van het Panamakanaal oostwaarts, aan beide kanten van de waterscheiding, tot in Darién. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en het noordwesten van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het laaglandbos rond het Panamakanaal en in Darién zitten vaak meerdere organisten samen in een vruchtdragende boom; de roestgele onderstaart is van onderaf het beste kenmerk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in geschikt bos; gevoelig voor ontbossing in het laagland van oostelijk Panama.

Wetenschappelijke naam

Euphonia fulvicrissa | Sclater, 1857

Sclater beschreef de soort in 1857 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Euphonia werd in 1806 ingevoerd door Desmarest, A-G. Euphonia is Grieks, van eu 'goed' en phōnē 'geluid': 'welluidend', naar de aangename roep. fulvicrissa is Latijn, van fulvus 'roodbruin' en crissum 'onderstaartdekveren', naar de roestbruine onderstaart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santa Marta, Colombia (onzeker).