Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Ridgways whippoorwill

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Ridgways whippoorwill | Antrostomus ridgwayi

Buff-collared Nightjar | Tapacaminos tucuchillo

Ridgways whippoorwill is een middelgrote nachtzwaluw van droge, struikrijke hellingen en ravijnen aan de Pacifische kant van Mexico en in de droge binnendalen van noordelijk Midden-Amerika. Hij is genoemd naar de Amerikaanse ornitholoog Robert Ridgway. De soort valt op door een okerkleurige band over de nek en door een snelle, versnellende zang die eindigt in een opwaartse uithaal. Overdag rust hij onzichtbaar op de grond of op een lage tak; in de schemering zingt hij vanaf een rots of tak.

Ridgways whippoorwill (Antrostomus ridgwayi)
Foto: Bruno Valente — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een reeks korte, droge tikken die steeds sneller worden en eindigen in een hogere, opwaarts gebogen slottoon, ongeveer tuk-tuk-tuk-tuk-tuk-tuk-ka-tsjiéja. Hij zingt vooral in de schemering en bij maanlicht, het meest in het voorjaar en de vroege zomer. Daarnaast korte, harde tikroepen.

Luister: ZangXC1138687

Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

21–24 cm. Een grijsbruine nachtzwaluw met een grote kop, korte snavel met lange borstels en afgeronde vleugels zonder witte vleugelband. Het verenkleed is fijn gevlekt en gestreept in grijs, bruin en zwart; over de achterhals loopt een duidelijke okerkleurige tot lichtbruine kraag. Onder de wangen ligt een smalle lichte keelband. Het mannetje heeft brede witte toppen aan de drie buitenste staartpennen, het vrouwtje smallere, okerkleurige toppen. In de vlucht laag en fladderend, met korte zweefstukken.

Verwarrings­soorten

De Mexicaanse whippoorwill Antrostomus arizonae is iets groter en grijzer, mist de duidelijke okerkleurige nekkraag en leeft vooral in hoger gelegen pijn-eikenbos. De poorwill Phalaenoptilus nuttallii is kleiner, met een kortere staart, een zilvergrijs verenkleed en een scherp afgetekende witte keelband. Salvins nachtzwaluw Antrostomus salvini en de pauraque Nyctidromus albicollis zijn warmer bruin; de pauraque heeft bovendien een witte vleugelband en een lange staart. Bij stille vogels is de zang het betrouwbaarste kenmerk.

Leefgebied

Droog doornstruweel, cactusbos en open droogbos op rotsige hellingen, in ravijnen en droge rivierdalen, vaak met losse stenen en kale plekken; vooral in het laagland en de heuvels, tot ongeveer 1800 m. Jaagt vanaf de grond of een lage zitplaats op vliegende insecten zoals motten en kevers. De eieren worden zonder nest op de kale grond of tussen bladafval gelegd, meestal in de schaduw van een struik.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In Mexico aan de Pacifische kant van het zuiden van Sonora en het zuidwesten van Chihuahua via Sinaloa, Nayarit, Jalisco, Colima en Michoacán tot Guerrero, Oaxaca en Chiapas, en landinwaarts in het stroomgebied van de Balsas tot Morelos en Puebla. Verder in droge binnendalen van Guatemala en Honduras, en plaatselijk tot in het noorden van Nicaragua. In het uiterste noordwesten van Mexico zijn de vogels vooral in de zomer aanwezig. Buiten het gidsgebied een kleine, onregelmatige broedpopulatie in het zuidoosten van Arizona en het zuidwesten van New Mexico.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De zang is het eerste half uur na zonsondergang te horen in ravijnen met doornstruweel, bijvoorbeeld in de heuvels van Sinaloa en Nayarit, rond de Balsas-depressie en in de droge Motagua-vallei in Guatemala. Langzaam rijden over onverharde wegen in de schemering levert soms vogels op die op de weg zitten, herkenbaar aan rode oogreflectie in het licht.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In geschikt droog struweel vrij algemeen, maar door de verborgen leefwijze slecht onderzocht. Plaatselijk verdwijnt leefgebied door omzetting van droogbos in landbouwgrond.

Wetenschappelijke naam

Antrostomus ridgwayi | Nelson, 1897

Nelson beschreef de soort in 1897 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Antrostomus werd in 1838 ingevoerd door Bonaparte. Antrostomus is Grieks, van antron 'grot' en stoma 'mond': 'grotmond', naar de enorm wijde muil. ridgwayi eert de Amerikaanse ornitholoog Robert Ridgway (1850–1929). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tlalkisala, Guerrero, Mexico.