Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Nelsons tiran
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Nelsons tiran | Aphanotriccus audax
Black-billed Flycatcher | Mosquero piquinegro
De nelsons tiran is een kleine, olijfgroene tiran van de onderlaag van vochtig bos in het oosten van Panama. Hij lijkt op een feetiran, maar heeft een geheel zwarte snavel en okerachtige vleugelstrepen. De soort is schaars en valt in de onderlaag weinig op.
Geluid
Korte, droge roepjes en een korte reeks snelle tonen; weinig bekend.
Opname: Brayan Coral Jaramillo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
12 cm, met een geheel zwarte snavel. Bovendelen olijfgroen, kop iets grijzer, met een witte streep boven de teugel en een smalle, lichte oogring. Vleugels donker met twee lichte, okerachtige vleugelstrepen. Keel witachtig, borst olijfgrijs, buik lichtgeel. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Feetirannen zoals de beukenfeetiran Empidonax virescens, die in het gebied overwintert, hebben een lichte ondersnavel en geen witte streep boven de teugel. De salvins tiran Aphanotriccus capitalis leeft niet in Panama en heeft een okerkleurige borst.
Leefgebied
Onderlaag van vochtig laaglandbos en voetheuvelbos, vooral in vochtige, dichte plekken langs beken en in moerassig bos. Jaagt vanaf een lage tak op insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen in het oosten van Panama, vooral in Darién. Buiten het gidsgebied in het noorden van Colombia.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Schaars en stil; het meest kans geeft de onderlaag van bos langs beken in Darién.
Staat van instandhouding
Gevoelig. Het beperkte verspreidingsgebied is kwetsbaar voor ontbossing; in het gidsgebied schaars.
Wetenschappelijke naam
Aphanotriccus audax | (Nelson, 1912)
Nelson beschreef de soort in 1912 als Praedo audax; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aphanotriccus werd in 1905 ingevoerd door Ridgway. Aphanotriccus is Grieks, van aphanēs 'onopvallend, onzichtbaar' en trikkos, een niet nader bepaald klein vogeltje, gebruikt voor tirannen. audax is Latijn voor 'stoutmoedig, brutaal'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cana, Darién, Panama.



