Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Muskietkolibrie
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Muskietkolibrie | Chrysolampis mosquitus
Ruby-topaz Hummingbird | Colibrí rubí-topacio
De muskietkolibrie is een kolibrie van droog, open land in Zuid-Amerika die het gidsgebied alleen in het oosten van Panama bereikt. Daar is hij schaars en onregelmatig, en het aantal waarnemingen wisselt sterk van jaar tot jaar. Het mannetje toont door de kleur van kruin en keel bij elke draai van de kop een ander beeld: de kruin wisselt van robijnrood naar bijna zwart, de keel van goudoranje naar donkerbruin.
Geluid
Vrij stil. Een hoog, droog tsip of tsik, soms in korte reeksen; bij achtervolgingen een fijn, snel gepiep.
Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
8–9 cm, met een korte, iets gebogen zwarte snavel. Het mannetje heeft een metaalachtig robijnrode kruin en nek, een glinsterende goudoranje tot goudgele keel en borst, verder donker olijfbruine bovendelen en een donkerbruine buik. De staart is helder kastanjebruin met een smalle donkere eindrand. Het vrouwtje is van boven grijsgroen en van onderen lichtgrijs, vaak met een donkere lengtestreep midden op de keel; de staart is kastanjebruin met een donkere band en witte toppen aan de buitenste pennen. Jonge mannetjes hebben al wat goudkleur op de keel.
Verwarringssoorten
In het oosten van Panama heeft geen andere kolibrie de combinatie van een rode kruin, een goudoranje keel en een kastanjebruine staart. Vrouwtjes lijken op vrouwtjes van mango's, zoals de zwartkeelmango Anthracothorax nigricollis, maar die zijn groter, hebben een langere, sterker gebogen snavel en een donkere middenstreep over de hele onderkant. Het vrouwtje van de roodstaartamazilia Amazilia tzacatl heeft een rode snavel met zwarte punt, een groene keel en borst en een egaal roodbruine staart zonder witte toppen.
Leefgebied
Droog en halfopen landschap: savanne met struiken en losse bomen, struweel, bosranden, weilanden met bomen, tuinen en dorpsranden in het laagland. Bezoekt bloeiende struiken en bomen, vaak laag, en vangt kleine insecten in de lucht. In Panama vooral in open, droger terrein langs rivieren en bij nederzettingen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen in het oosten van Panama, vrijwel uitsluitend in het laagland van Darién, met enkele meldingen uit de provincie Panamá. Er zijn geen recente waarnemingen uit Costa Rica bekend. Buiten het gidsgebied in het noorden en oosten van Zuid-Amerika: Colombia, Venezuela, Trinidad en Tobago, Aruba, Curaçao en Bonaire, de Guyana's en een groot deel van Brazilië tot in Bolivia en het noorden van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In het droge seizoen, van december tot maart, kans op vogels bij bloeiende bomen en struiken in open terrein in het laagland van Darién. Mannetjes zijn het best te herkennen als de zon op kop en keel valt; in schaduw lijken ze bijna zwart.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot. In het gidsgebied schaars en plaatselijk; de soort komt voor in cultuurland en secundaire begroeiing en lijkt weinig te lijden onder ontbossing.
Wetenschappelijke naam
Chrysolampis mosquitus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Trochilus Mosquitus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chrysolampis werd in 1831 ingevoerd door Boie. Chrysolampis is Grieks, van khrusos 'goud' en lampis 'lamp, fakkel', naar de vurig glanzende keel en kruin. mosquitus is Latijnse vorm van Spaans mosquito 'vliegje', naar de geringe grootte van de vogel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname (vervangen voor het foutieve 'Indië').




