Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Maskergeelvink

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Maskergeelvink | Spinus lawrencei

Lawrence's Goldfinch | Jilguero de Lawrence

De maskergeelvink is een grijze sijs met een zwart gezicht en geel op borst en vleugels. Hij broedt in de droge eikenbossen en het chaparral van Californië en het noorden van Baja California en zwerft daarbuiten onvoorspelbaar rond. In sommige winters trekt hij oostwaarts tot in Sonora en Chihuahua.

Maskergeelvink (Spinus lawrencei)
Foto: Channel City Camera Club from Santa Barbara, US — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roept een helder, belletjesachtig tinke-loe of tink-oe. De zang is een hoog, tinkelend gekwetter, vaak met nagebootste roepen van andere vogels.

Luister: ZangXC789569

Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Overwegend grijs, met een korte, roze-grijze snavel. Het mannetje heeft een zwart voorhoofd, gezicht en kin, een gele vlek op de borst en zwarte vleugels met brede gele vleugelstrepen en gele randen; de staart is zwart met een witte band. Het vrouwtje mist het zwarte gezicht, is bruiner grijs en heeft minder geel op borst en vleugels. In de winter zijn beide seksen doffer.

Verwarrings­soorten

Vrouwtjes van de witbandsijs Spinus psaltria zijn olijfgroen en geel, nooit grijs, en hebben een witte vleugelvlek. De treursijs Spinus tristis is in de winter bruinig olijf met een witte onderstaart en lichte vleugelstrepen, zonder geel op de borst.

Leefgebied

Droog eikenbos, chaparral, pijnboom-jeneverbesbos en open bos langs beken in heuvels en lage bergen, altijd in de buurt van water. In de winter ook in akkers met onkruid, woestijnoevers en struikland. Eet vooral zaden van kruiden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt in Californië en het noorden van Baja California. Overwintert in Californië, Arizona en het zuidwesten van New Mexico en onregelmatig in het noordwesten van Mexico, vooral in Sonora en het noorden van Chihuahua. In het gidsgebied dus vooral in het noorden van Baja California en, in de winter, in het noordwesten van het vasteland.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het broedseizoen het best te vinden bij drinkplaatsen in eikenbos en chaparral in de bergen van het noorden van Baja California; let op de tinkelende roep.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Klein en sterk wisselend aantal; de vogels verplaatsen zich van jaar tot jaar, waardoor trends moeilijk te volgen zijn. Bebouwing en het verlies van eikenbos en waterplaatsen vormen de belangrijkste bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Spinus lawrencei | (Cassin, 1850)

Cassin beschreef de soort in 1850 als Carduelis Lawrencei; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Spinus werd in 1816 ingevoerd door Koch. Spinus gaat terug op het Oudgriekse spinos, de naam van een kleine vogel die niet meer met zekerheid thuis te brengen is. lawrencei eert de Amerikaanse zakenman en ornitholoog George Newbold Lawrence (1806–1895). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sonoma, Californië (VS).