Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Leigrijze solitaire

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Leigrijze solitaire | Myadestes unicolor

Slate-colored Solitaire | Clarín unicolor

De leigrijze solitaire is een egaal grijze lijster van het nevelwoud van het zuiden van Mexico tot Nicaragua. Zijn zang, een trage reeks zuivere fluittonen die als glas klinkt, is in de bergbossen van ver te horen, terwijl de vogel zelf stil en goed verborgen in de middenlaag zit.

Leigrijze solitaire (Myadestes unicolor)
Foto: Ricardo Castro — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een trage, ijle reeks zuivere, fluitende tonen op wisselende toonhoogte, met hier en daar metaalachtige trillers; hij klinkt vaak vanuit de verte en is moeilijk te lokaliseren. De roep is een nasaal rrenk.

Luister: ZangXC1089913

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm. Slank, met een korte zwarte snavel en een vrij lange staart. Geheel leigrijs, iets lichter op de buik; rond het oog witte boogjes boven en onder, die een onderbroken oogring vormen. Vleugels en staart donkerder grijs, de buitenste staartpennen met lichte randen. In de vlucht een zilvergrijze band aan de onderkant van de vleugel. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels bruinachtig met okergele vlekjes.

Verwarrings­soorten

De bruinrugsolitaire Myadestes occidentalis heeft een olijfbruine rug en vleugels, een lichtere keel en een donkere baardstreep, en leeft meer in pijn-eikenbos. De cabanis' lijster Turdus plebejus is forser, olijfgrijzer, heeft een langere snavel en mist de witte boogjes rond het oog.

Leefgebied

Vochtig bergbos en nevelwoud, vooral met veel epifyten, ook aangrenzend secundair bos en schaduwkoffie, meestal tussen 900 en 2500 m; buiten het broedseizoen deels lager. Leeft vooral in de middenlaag. Eet kleine vruchten en bessen en ook insecten. Nestelt in een nis in een stam of talud.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Komt alleen in het gidsgebied voor: van het zuidoosten van San Luis Potosí en Hidalgo via Veracruz, Oaxaca en Chiapas tot Guatemala, plaatselijk Belize, El Salvador, Honduras en het noorden van Nicaragua.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Goed te horen in El Triunfo in Chiapas en in Cusuco in Honduras. Wie de zang volgt vindt de vogel meestal stil op een tak in de middenlaag, vaak bij een boom met vruchten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen in nevelwoud, maar gevoelig voor de kap en versnippering van dat bos. Wordt gevangen voor de handel in zangvogels.

Wetenschappelijke naam

Myadestes unicolor | Sclater, 1857

Sclater beschreef de soort in 1857 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Myadestes werd in 1838 ingevoerd door Swainson. Myadestes is Grieks, van muia 'vlieg' en edestēs 'eter': 'vliegeneter'. unicolor is Latijn voor 'eenkleurig', naar het effen leigrijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Córdoba, Veracruz, Mexico.