Alle soorten › Zangvogels › Manakins › Lancetmanakin

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Lancetmanakin | Chiroxiphia lanceolata

Lance-tailed Manakin | Saltarín lanceolado

De lancetmanakin is een Chiroxiphia-manakin van droger bos en secundair bos, vooral aan de Pacifische kant van Panama. Het mannetje is zwart met een hemelsblauwe rug, een rode kruin en twee spits uitlopende middelste staartpennen. Twee mannetjes voeren samen een dans uit op een tak. In het gidsgebied leeft hij in het zuidwesten van Costa Rica en in Panama.

Lancetmanakin (Chiroxiphia lanceolata)
Foto: Greg Kanies — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, helder dii-o of dee-yo, vaak herhaald en door twee mannetjes beurtelings of bijna gelijk gezongen. Daarnaast een nasaal njaa en tijdens de dans zoemende en klikkende tonen.

Luister: DuetXC716585

Opname: Hernán Arias — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13 cm. De twee middelste staartpennen lopen spits uit en steken een paar centimeter voorbij de rest van de staart. Mannetje zwart met een hemelsblauwe mantel, een helderrode kruin en oranje poten. Vrouwtje olijfgroen, onderaan lichter, met dezelfde spitse middelste staartpennen en oranje poten; oudere vrouwtjes hebben soms wat rood op de kruin. Jonge mannetjes zijn olijfgroen met eerst een rode kruin en krijgen daarna stap voor stap zwart en blauw.

Verwarrings­soorten

De langstaartmanakin Chiroxiphia linearis (Pacifische kant van Mexico tot Costa Rica) heeft bij het mannetje veel langere, draadvormige middelste staartpennen; beide soorten raken elkaar hooguit in het zuiden van Costa Rica. Vrouwtjes van andere manakins hebben een afgeronde staart en meestal donkere of grijze poten.

Leefgebied

Droog en halfvochtig loofbos, galerijbos en dicht secundair bos, vooral in de ondergroei, van zeeniveau tot ongeveer 1500 m; ook in vochtiger bos van het Kanaalgebied. Eet kleine vruchten en insecten. Twee, soms drie mannetjes vormen een vast team en dansen samen op een lage, horizontale tak: ze springen om beurten over elkaar heen in een snelle, rondgaande beweging. Alleen het dominante mannetje paart.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Pacifische kant van het uiterste zuidwesten van Costa Rica en vooral van Panama, oostwaarts tot Darién en op het schiereiland Azuero; aan de Caribische kant plaatselijk in het Kanaalgebied en in Colón. Buiten het gidsgebied in het noorden van Colombia en het noorden van Venezuela.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Gewoon in het Parque Natural Metropolitano in Panama-Stad en in het droge bos van het Azuero-schiereiland. Het herhaalde dii-o verraadt de mannetjes; zoek daarna laag in dicht bos naar de dansplaats.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in droog en secundair bos en verdraagt een deel van de verstoring; versnippering van het droge bos aan de Pacifische kant gaat door.

Wetenschappelijke naam

Chiroxiphia lanceolata | (Wagler, 1830)

Wagler beschreef de soort in 1830 als Pipra lanceolata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chiroxiphia werd in 1847 ingevoerd door Cabanis. Chiroxiphia is Grieks, van kheir 'hand' en xiphos 'zwaard', naar de smalle, zwaardvormige buitenste handpennen van de mannetjes. lanceolata is Latijn voor 'lancetvormig', naar de spitse, verlengde middelste staartpennen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cerro Turumiquire, Sucre, Venezuela.