Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en muisspechten › Kleine langstaartmuisspecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Kleine langstaartmuisspecht | Deconychura typica

Piping Long-tailed Woodcreeper | Trepatroncos colilargo pequeño

De kleine langstaartmuisspecht is een slanke, vrij egaal bruine muisspecht met een opvallend lange staart en een dunne, rechte snavel. Hij leeft teruggetrokken in de binnenkant van vochtig bos en valt vooral op door zijn hoge, fluitende zang. Hij werd vroeger met verwante vormen in Zuid-Amerika samengenomen als één soort, de langstaartmuisspecht.

Kleine langstaartmuisspecht (Deconychura typica)
Foto: Nick Helme — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks heldere, hoge, fluitende tonen die licht in toonhoogte dalen. Daarnaast korte, scherpe roepjes.

Luister: OpnameiNaturalist

Opname: Sam Darmstadt — CC BY-NC 4.0 · Omgezet naar mp3, mono, ongewijzigde lengte · iNaturalist

Herkenning

18–20 cm, waarvan een groot deel staart. Bovendelen olijfbruin, vleugels, stuit en staart roodbruin. Een smalle lichte wenkbrauwstreep; keel licht okerkleurig. Borst bruin met fijne, lichte okerkleurige streepjes, die naar de buik toe vervagen. Snavel vrij kort, dun en recht. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De grijze muisspecht Sittasomus griseicapillus is kleiner, met een grijsolijfkleurige kop en onderzijde zonder streepjes. De wigsnavelmuisspecht Glyphorynchus spirurus is kleiner en korterstaartig, met een wigvormige snavel. De grijswangmuisspecht Dendrocincla fuliginosa en de rosse muisspecht Dendrocincla homochroa zijn groter en forser, met een zwaardere snavel en zonder streepjes op de borst.

Leefgebied

Binnenkant van vochtig altijdgroen bos in het laagland en vooral de voetheuvels. Klimt tegen stammen in de lagere en middelste etages en sluit zich vaak aan bij gemengde troepen. Nestelt in een boomholte.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Plaatselijk en schaars in het oosten van Honduras en in Nicaragua; verder in Costa Rica en Panama. Buiten het gidsgebied in het noordwesten van Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden door in vochtig voetheuvelbos te luisteren naar de hoge, fluitende zang en gemengde troepen in de ondergroei af te zoeken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Schaars en weinig opvallend; gebonden aan ongestoord bos en gevoelig voor versnippering.

Wetenschappelijke naam

Deconychura typica | Cherrie, 1891

Cherrie beschreef de soort in 1891 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Deconychura voerde hij in datzelfde werk in. Deconychura is Grieks, van deka 'tien', onux 'klauw' en oura 'staart': de beschrijver meende dat de staart tien pennen met uitstekende, gekromde schachtpunten had. typica is Latijn voor 'typisch, kenmerkend': de soort is de typesoort van het geslacht Deconychura. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Pozo Azul de Pirrís, Zuidwest-Costa Rica.