Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Kleine blauwe reiger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Kleine blauwe reiger | Egretta caerulea

Little Blue Heron | Garceta azul

De kleine blauwe reiger is een middelgrote, slanke reiger; volwassen vogels zijn geheel donker leiblauw, jonge vogels geheel wit. Hij jaagt langzaam en stil in ondiep water. In het gidsgebied is hij een algemene standvogel van kusten en laaglandwateren van Mexico tot Panama, in de winter aangevuld met vogels uit Noord-Amerika.

Kleine blauwe reiger (Egretta caerulea)
Foto: Manjith Kainickara — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. Bij de kolonie en bij verstoring een schor, raspend gerr en kwakende geluiden.

Luister: RoepXC796335

Opname: Valerie Heemstra — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

56–74 cm. Een slanke reiger met een vrij dikke, iets neerwaarts gebogen snavel. Volwassen vogels zijn donker leiblauw, met een paarsbruine kop en hals; in het broedkleed hebben ze lange, rafelige pluimen op kop, hals en rug. De snavel is blauwgrijs met een zwarte punt, de teugel grijsblauw en de poten zijn dof groenig tot grijs. Jonge vogels zijn wit met donkere punten aan de handpennen, groenige poten en dezelfde tweekleurige snavel. In de rui naar het volwassen kleed, in het eerste voorjaar, zijn ze onregelmatig blauw en wit gevlekt. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Jonge vogels lijken op de Amerikaanse kleine zilverreiger Egretta thula, die echter een geheel zwarte snavel, zwarte poten met gele voeten en geen donkere vleugelpunten heeft. De witbuikreiger Egretta tricolor heeft een witte buik en een langere, dunnere snavel. De roodhalsreiger Egretta rufescens is groter, met een roze snavel met zwarte punt en een rafelige, roodbruine hals. De Amerikaanse blauwe reiger Ardea herodias is veel groter en lichter grijs.

Leefgebied

Mangrove, getijdenvlakten, kustlagunes en zoutpannen, maar ook zoetwatermoerassen, vijvers, rivieroevers, rijstvelden, viskwekerijen en natte weiden in het laagland. Jaagt overwegend stil staand of langzaam lopend op vis, krabben, kikkers en insecten. Broedt in kolonies, vaak samen met andere reigers, in mangrove of struiken boven het water.

Verspreiding en trek

In Mexico langs de Pacifische kust van Baja California Sur en Sonora zuidelijk tot Chiapas, en langs de Golfkust van Tamaulipas over Veracruz en Tabasco tot het hele schiereiland Yucatán; in het binnenland schaarser, vooral bij grote meren en moerassen. Verder in het laagland van heel Midden-Amerika, langs beide kusten en in zoetwatergebieden, van Belize en Guatemala tot Panama. Buiten het gidsgebied in het oosten en zuiden van de Verenigde Staten, in het Caribisch gebied en in Zuid-Amerika, zuidelijk tot Peru en het zuiden van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrijwel overal langs de kust te zien, bijvoorbeeld in de mangrove en lagunes bij San Blas in Nayarit, bij Celestún en Río Lagartos in Yucatán en aan de Golf van Nicoya in Costa Rica. Blauw-wit gevlekte vogels in het voorjaar zijn jonge vogels in de rui naar het volwassen kleed.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied algemeen en wijdverbreid, maar plaatselijk gevoelig voor kap van mangrove en verstoring van broedkolonies.

Wetenschappelijke naam

Egretta caerulea | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Ardea caerulea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Egretta werd in 1817 ingevoerd door Forster. Egretta komt van het Provençaalse aigrette, de naam voor de kleine zilverreiger, een verkleinvorm van aigron 'reiger'. caerulea is Latijn voor 'blauw', naar het leigrijsblauwe verenkleed van de volwassen vogel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit South Carolina.