Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Kentuckyzanger
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Kentuckyzanger | Geothlypis formosa
Kentucky Warbler | Chipe patilludo
De kentuckyzanger is een stevige, op de grond levende zanger met olijfgroene bovendelen, helder gele onderdelen en een gele "bril" boven een zwarte bakkebaard. Hij broedt in loofbos in het oosten van de Verenigde Staten en overwintert in de ondergroei van vochtig bos van het zuiden van Mexico tot Panama. Hij loopt over de bosbodem en draait daarbij bladeren om.
Geluid
De zang is een luide, rollende reeks gelijke dubbeltonen, zoals tsjoerie-tsjoerie-tsjoerie-tsjoerie. De roep is een laag, hol tsjuk.
Opname: David A. Brinkman — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
13–14 cm. Stevig, met een korte staart en lange, roze poten. Bovendelen egaal olijfgroen, onderdelen helder geel. Een gele wenkbrauwstreep loopt voor het oog langs en buigt achter het oog om; samen met een geel halfrond onder het oog vormt dit een gele bril. Voorkruin, teugels en een brede bakkebaard onder het oog zwart. Het vrouwtje en jonge vogels hebben minder zwart op de kruin en een vagere bakkebaard.
Verwarringssoorten
De gewone maskerzanger Geothlypis trichas heeft geen gele bril, een lichtere buik en leeft in moerassen en ruig grasland. De monnikszanger Setophaga citrina heeft een geel gezicht omringd door een zwarte kap (mannetje) of een olijfgroene kruin zonder zwart (vrouwtje) en witte vlekken in de staart. De canadese zanger Cardellina canadensis heeft blauwgrijze bovendelen en een witte oogring.
Leefgebied
In de winter de ondergroei van vochtig, altijdgroen laaglandbos en voetheuvelbos, oud secundair bos, moerasbos en schaduwkoffie, meestal beneden 1200 m. Leeft op of vlak boven de bosbodem en zoekt tussen bladafval naar insecten en spinnen; verdedigt in de winter een eigen territorium.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt in het oosten en midden-oosten van de Verenigde Staten. Trekt door het oosten van Mexico, vooral langs de Golfkust en over het schiereiland Yucatán. Overwintert van het zuiden van Veracruz, Oaxaca en het schiereiland Yucatán door Midden-Amerika tot Panama; buiten het gidsgebied tot in het noorden van Colombia en het noordwesten van Venezuela.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de winter geregeld te vinden in de ondergroei bij Tikal in Guatemala, bij La Selva in Costa Rica en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama. Luister naar de lage roep en kijk naar de bosbodem, waar de vogel vaak dicht bij een pad loopt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen, maar gaat in zijn broedgebied langzaam achteruit door versnippering van loofbos; in de overwinteringsgebieden is het verdwijnen van laaglandbos een knelpunt.
Wetenschappelijke naam
Geothlypis formosa | (Wilson, 1811)
Wilson beschreef de soort in 1811 als Sylvia formosa; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Geothlypis werd in 1847 ingevoerd door Cabanis. Geothlypis is Grieks, van gē 'aarde, grond' en thlupis, een niet nader bekend klein vogeltje: 'grondzangertje', naar het leven laag in dichte begroeiing. formosa is Latijn voor 'mooi, sierlijk'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kentucky (VS).




