Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Grote grijze snip
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae
Grote grijze snip | Limnodromus scolopaceus
Long-billed Dowitcher | Agujeta escolopácea
De grote grijze snip is een gedrongen steltloper met een lange, rechte snavel, die in de winter vooral zoet en brak water opzoekt. In Mexico is hij op meren, moerassen en rijstvelden in het laagland en op de hoogvlakte een algemene wintergast, vaak in grote groepen. Verder zuidelijk in Midden-Amerika wordt hij snel schaarser.
Geluid
Een scherp, hoog kiek, enkel of in een snelle reeks kiek-kiek-kiek, ook tijdens het foerageren; het zekerste verschil met de kleine grijze snip.
Opname: AUDEVARD Aurélien — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
26–30 cm. Compacte, kortpotige steltloper met een zeer lange, rechte snavel en groengele poten. In winterkleed egaal donkergrijs op kop, hals en borst, met een vrij scherpe overgang naar de witte buik, en een witte wenkbrauwstreep. In broedkleed tot op de buik rood-oranje, met fijne zwarte bandering op de zijkanten van de borst. Jonge vogels zijn grijs met effen grijze tertials met smalle lichte randen. In de vlucht een witte wig van de stuit tot halverwege de rug en een dicht donker gebandeerde staart. Vrouwtjes hebben gemiddeld langere snavels.
Verwarringssoorten
De kleine grijze snip Limnodromus griseus is in winterkleed lichter grijs op de borst, vaak met fijne spikkels, roept een zacht tu-tu-tu en zoekt meer zout water en wadplaten op; jonge vogels hebben tertials met lichte binnentekening. De snavellengte overlapt tussen beide soorten en is geen betrouwbaar kenmerk. De Amerikaanse watersnip Gallinago delicata heeft een gestreepte kop en rug, leeft verborgen in moerasvegetatie en mist de witte wig.
Leefgebied
Zoetwatermoerassen, ondiepe meren en vijvers, rijstvelden, ondergelopen weilanden, zuiveringsvijvers en brakke lagunes; plaatselijk ook zoute binnenmeren op de hoogvlakte. Foerageert in groepen in ondiep water met snelle, verticale steken van de snavel naar insectenlarven, wormen en kleine slakken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In de winter verspreid over Mexico, zowel langs de kusten als op de meren en moerassen van de hoogvlakte, en in afnemend aantal in Guatemala, Belize, El Salvador en Honduras. In Nicaragua, Costa Rica en Panama schaars tot zeldzaam. Enkele vogels blijven de zomer over. Buiten het gidsgebied broedt de soort in het noordoosten van Siberië, Alaska en het noordwesten van Canada en overwintert ze ook in het zuiden van de Verenigde Staten.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Ondiepe zoetwatermeren en rijstvelden op de Mexicaanse hoogvlakte zijn de beste plaatsen. Een groep grijze snippen in zoet water die scherp kiek roept, bestaat vrijwel zeker uit grote grijze snippen.
Staat van instandhouding
Gevoelig. De populatie gaat achteruit, vooral door het verlies van zoete moerassen en ondiepe meren op de trekroute en in het overwinteringsgebied.
Wetenschappelijke naam
Limnodromus scolopaceus | (Say, 1822)
Say beschreef de soort in 1822 als Limosa scolopacea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Limnodromus werd in 1833 ingevoerd door Wied-Neuwied. Limnodromus is Grieks, van limnē 'moeras' en -dromos '-loper'. scolopaceus betekent 'snipachtig', van het Latijnse scolopax 'snip', naar de lange rechte snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de omgeving van Council Bluffs in Iowa.




