Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Grijze ral
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae
Grijze ral | Rallus longirostris
Mangrove Rail | Rascón manglero
De grijze ral is een grote, vaal gekleurde ral van de mangrove, met een lange, licht gebogen snavel en zwart-wit gebande flanken. Hij werd lang tot de klapperral gerekend, maar wordt sinds een genetische studie uit 2013 als aparte soort behandeld. In het gidsgebied leeft hij alleen langs de Pacifische kust van El Salvador tot Costa Rica, aan de noordrand van een verspreidingsgebied dat verder vooral langs de kusten van Zuid-Amerika ligt.
Geluid
Een luide, droge, klapperende reeks kek-kek-kek-kek, die eerst versnelt en dan vertraagt, vaak beantwoord door andere vogels in de omgeving; vooral bij schemering, 's nachts en bij wisseling van het getij te horen.
Opname: Carlos Henrique Luz Nunes de Almeida — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 33 cm, met een lange, slanke, iets naar beneden gebogen snavel: de bovensnavel bruinachtig, de ondersnavel oranjegeel. De bovendelen zijn dof grijsbruin met donkere veercentra; wang en zijkant van de hals zijn grijs. Keel en een smalle wenkbrauwstreep zijn witachtig. Hals en borst zijn vaal grijsbruin tot licht kaneelkleurig. Flanken en buik zijn zwartachtig met smalle witte dwarsbanden; de onderstaart is wit. De poten zijn grijsbruin tot dof oranje. De seksen zijn gelijk. Loopt met korte staartbewegingen tussen de mangrovewortels en vliegt zelden.
Verwarringssoorten
De klapperral Rallus crepitans en de californische ral Rallus obsoletus lijken sterk op de grijze ral, maar leven aan andere kusten: de klapperral aan de Golf- en Caribische kust van Mexico en Belize, de californische ral aan de Pacifische kust van het noordwesten van Mexico; in de Pacifische mangrove van El Salvador tot Costa Rica is een grote ral van dit type een grijze ral. De roodnekbosral Aramides axillaris, die ook in de mangrove leeft, is groter en forser, met een roodbruine kop en hals, een grijze mantel, een zwarte achterkant en rode poten. De soraral Porzana carolina, een wintergast, is veel kleiner, met een korte, dikke gele snavel.
Leefgebied
Mangrove en aangrenzende brakke en zoute moerassen, getijdenkreken en slikoevers; ook de randen van zoutpannen en garnalenkwekerijen die in of naast de mangrove zijn aangelegd. Foerageert op modder en in ondiep water onder en tussen de mangrovewortels, vooral bij laagwater, op krabben, andere kreeftachtigen, weekdieren en kleine vissen. Het nest ligt verborgen in de mangrove of in dichte moerasvegetatie, kort boven de vloedlijn.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen langs de Pacifische kust: in El Salvador in de Bahía de Jiquilisco en de Bahía de La Unión, rond de Golf van Fonseca in Honduras en Nicaragua, verder langs de Nicaraguaanse kust tot de omgeving van León, en in Costa Rica rond de Golf van Nicoya en bij Puerto Soley in het uiterste noordwesten. Aan de Caribische kust en in Panama ontbreekt de soort. Buiten het gidsgebied langs de kusten van Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela via de Guyana's tot Brazilië, en aan de Pacifische kust van Colombia tot Peru.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Costa Rica bij Chomes en Punta Morales aan de Golf van Nicoya, in Honduras in de mangrove en zoutpannen rond de Golf van Fonseca, bijvoorbeeld bij El Jicarito. Bij laagwater lopen de vogels soms over de open slikrand of langs de dijkjes van zoutpannen; de klapperende roep verraadt hun aanwezigheid meestal eerder.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In het gidsgebied gebonden aan mangrove, die langs de Pacifische kust op grote schaal is omgezet in zoutpannen en garnalenkwekerijen en ook door kap en vervuiling onder druk staat. Over de omvang van de populaties in Midden-Amerika is weinig bekend.
Wetenschappelijke naam
Rallus longirostris | Boddaert, 1783
Boddaert beschreef de soort in 1783 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Rallus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Rallus is de naam die Engelse vogelkundigen als Willughby en Albin al vóór Linnaeus voor de waterral gebruikten; de precieze herkomst van het woord is onzeker. longirostris is Latijn, van longus 'lang' en rostrum 'snavel', naar de lange snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.



