Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Gestreepte strandloper
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae
Gestreepte strandloper | Calidris melanotos
Pectoral Sandpiper | Correlimos pectoral
De gestreepte strandloper is een vrij grote strandloper met een dicht gestreepte borst die scherp tegen de witte buik afsteekt. Hij broedt op de toendra van Siberië en Noord-Amerika en trekt naar het zuiden van Zuid-Amerika. In het gidsgebied is hij een doortrekker, vooral in natte graslanden en rijstvelden en minder op open slik.
Geluid
Een laag, rollend, raspend krrrt of trrrip, vaak bij het opvliegen.
Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
19–23 cm; mannetjes zijn duidelijk groter dan vrouwtjes. Vrij lange hals, een kleine kop en een licht gebogen snavel van ongeveer kopslengte, donker met een lichtere, geelbruine basis; poten geel tot geelgroen. Van boven bruin met donkere veercentra en lichte randen, bij jonge vogels met twee witte V-strepen op de rug. Hals en borst dicht bruin gestreept, scherp afgegrensd tegen de witte buik. Een lichte wenkbrauwstreep en een wat donkerder kruin. In de vlucht een zwakke vleugelstreep en een stuit met een donker midden en witte zijkanten.
Verwarringssoorten
De kleinste strandloper Calidris minutilla heeft hetzelfde patroon van gele poten en gestreepte borst, maar is veel kleiner. De bairds strandloper Calidris bairdii is kleiner en platter, met zwarte poten en een buffkleurige, minder scherp afgegrensde borstband. De blonde ruiter Calidris subruficollis is egaal buffkleurig van onderen, zonder strepen. De kemphaan Calidris pugnax is groter, met een kortere, dikkere snavel en een egale borst.
Leefgebied
Natte graslanden, ondergelopen weiden en akkers, rijstvelden, zoetwatermoerassen en de begroeide randen van meren, vijvers en lagunes, ook zoutpannen en garnalenvijvers. Foerageert tussen lage begroeiing en houdt zich vaak gedekt in het gras, waaruit hij pas op korte afstand opvliegt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Doortrekker door het hele gidsgebied, van het noorden van Mexico tot Panama, aan beide kusten en in het binnenland, tot op de hoogvlakte. In de herfst, van augustus tot oktober, het talrijkst, vooral in de laaglanden en langs de Golfkust; in het voorjaar opnieuw van maart tot mei. Overwintering in het gidsgebied is uitzonderlijk. Buiten het gidsgebied broedt de soort op de toendra van Noord-Siberië, Alaska en Arctisch Canada en overwintert zij vooral in het zuiden van Zuid-Amerika; een klein deel overwintert in Australië.
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Na regen zijn ondergelopen weiden en rijstvelden in de herfst de beste plekken; de vogels houden zich vaak verscholen in het gras, zodat ze pas opvallen als ze met een raspende roep opvliegen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De populatie is groot. Langlopende tellingen in Noord-Amerika wijzen op een afname, mede door het verdwijnen van natte graslanden langs de trekroute.
Wetenschappelijke naam
Calidris melanotos | (Vieillot, 1819)
Vieillot beschreef de soort in 1819 als Tringa melanotos; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calidris werd in 1804 ingevoerd door Merrem. Calidris gaat terug op het Griekse kalidris of skalidris, bij Aristoteles de naam van een niet nader bepaalde grijze oevervogel. melanotos komt van het Griekse melas 'zwart' en notos 'rug', dus 'zwartrug'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.





