Alle soorten › Zangvogels › Kwikstaarten en piepers › Gele pieper
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Gele pieper | Anthus chii
Yellowish Pipit | Bisbita amarillento
De gele pieper is een kleine, gestreepte pieper van kort grasland in het laagland. Hij is wijdverbreid in Zuid-Amerika en bereikt in Panama de noordgrens van zijn verspreiding. Vroeger werd hij samen met de Peruaanse pieper Anthus lutescens van de Pacifische kust van Peru en Chili als één soort behandeld.
Geluid
De zang wordt in een zangvlucht gegeven: de vogel stijgt op met een reeks korte, hoge tonen en daalt dan als een parachute met een lange, zoemende, dalende triller, tsi-tsi-tsi-dzieeeeuw. De roep is een dun, kort tsip.
Opname: Guillermo Menéndez (gmmv80) — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
13–14 cm. Klein en slank, met een dunne snavel, lichte vleeskleurige poten en een lange achternagel. Bovendelen bruin met brede zwarte en okergele strepen. Onderdelen bleek geelachtig wit, met fijne donkere strepen op de borst en een gele zweem die bij versleten vogels bijna verdwenen kan zijn. Een vage lichte wenkbrauwstreep en oogring. Buitenste staartpennen wittig. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
In Panama komt geen andere pieper geregeld voor; de pacifische waterpieper Anthus rubescens bereikt Midden-Amerika slechts zelden zo ver zuidelijk en is groter, grijzer en minder gestreept van boven. De wigstaartgrasgors Emberizoides herbicola leeft ook in savannen en is gestreept, maar heeft een dikkere snavel, een lange, spitse staart en zit vaak op grashalmen in plaats van over de grond te lopen. De graslandsaffraangors Sicalis luteola is eveneens gestreept met een gele zweem, maar heeft een korte kegelsnavel.
Leefgebied
Kort grasland, weiden, savannen, grasvelden langs vliegvelden, randen van rijstvelden en drooggevallen kwelders en zoutpannen in het laagland. Loopt over de grond tussen het lage gras en zoekt kleine insecten en zaden. Nestelt in een kuiltje op de grond, verscholen onder een graspol.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Wijdverbreid in Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, van Colombia, Venezuela en de Guyana's tot Bolivia, Paraguay, Uruguay en het noorden van Argentinië. In het gidsgebied alleen in Panama, vooral in de Pacifische laaglanden van Chiriquí tot Coclé, Herrera en de provincie Panamá; elders zeldzaam of plaatselijk.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Te vinden op de weiden en in de rijstvelden en zoutpannen rond Aguadulce in Coclé en in de laaglanden van Chiriquí. In het broedseizoen valt hij vooral op door de zangvlucht.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Algemeen in Zuid-Amerika; in Panama plaatselijk vrij algemeen in open laagland, waar hij profiteert van weiden en rijstvelden.
Wetenschappelijke naam
Anthus chii | Vieillot, 1818
Vieillot beschreef de soort in 1818 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Anthus werd in 1805 ingevoerd door Bechstein. Anthus is het Latijnse woord voor een klein vogeltje van graslanden dat Plinius de Oudere noemt. chii komt van Azara's 'Alondra Chií' uit Paraguay; Azara noemde de vogel naar zijn heldere roep 'chií'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay (naar Azara).



