Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Geelkruinvliegenpikker

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Geelkruinvliegenpikker | Tyrannulus elatus

Yellow-crowned Tyrannulet | Mosquerito coroniamarillo

De geelkruinvliegenpikker is een kleine, gedrongen tiran met een kort, stomp snaveltje, een grijs gezicht en een gele kruinstreep die meestal grotendeels verborgen blijft. Hij leeft in boomkronen aan bosranden, in tuinen en in halfopen terrein. In het gidsgebied komt hij voor in het zuiden van Costa Rica en in Panama.

Geelkruinvliegenpikker (Tyrannulus elatus)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een helder, tweetonig gefloten prie-pieer, vaak herhaald en ook midden op de dag te horen. Het geluid verraadt de vogel meestal eerder dan het zicht.

Luister: ZangXC1178121

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Kop met een donkergrijze kruin en een gele middenstreep die vooral zichtbaar is als de vogel de kruinveren opzet; gezicht grijs met een licht wenkbrauwstreepje. Bovendelen olijfgroen, vleugels donker met twee witachtige vleugelstrepen. Keel en bovenborst grijs, buik helder geel. Snavel zeer kort en zwart. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De geelkeelvliegenpikker Camptostoma obsoletum heeft een rafelig kuifje, okerkleurige of vale vleugelstrepen en een langere staart, die hij vaak opheft. De geelbuikvliegenpikker Ornithion semiflavum heeft een opvallende witte wenkbrauwstreep, geen vleugelstrepen en een geheel gele onderzijde. Elenia's als de boselenia Myiopagis gaimardii zijn groter en slanker, met een langere snavel.

Leefgebied

Kronen van bomen aan bosranden, in open plekken, tuinen, parken, plantages en weiland met verspreide bomen, ook oud secundair bos; in het laagland en de voetheuvels. Zoekt hoog in de bomen naar kleine insecten en eet ook kleine bessen, onder meer van maretak.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in het zuiden van Costa Rica aan de Pacifische kant en in een groot deel van Panama. Buiten het gidsgebied wijdverbreid in tropisch Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, tot in het Amazonegebied, en in het westen van Colombia en Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Let op de korte, tweetonige fluittoon in tuinen en parken met hoge bomen in Panama. Daarna geduldig de kroon afzoeken naar een klein vogeltje met een grijs gezicht en een stomp snaveltje.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid en plaatselijk algemeen; profiteert van halfopen landschap met bomen.

Wetenschappelijke naam

Tyrannulus elatus | (Latham, 1790)

Latham beschreef de soort in 1790 als S[ylvia] elata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tyrannulus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Tyrannulus is nieuw-Latijn voor 'tirannetje', verkleinvorm van Tyrannus, het geslacht van de koningstirannen. elatus is Latijn voor 'verheven, opgericht', naar de gele kruinvlek die in de kuif kan worden opgezet. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.