Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Geelkruinorganist

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Geelkruinorganist | Euphonia luteicapilla

Yellow-crowned Euphonia | Eufonia coroniamarilla

De geelkruinorganist is een kleine organist van bosranden, secundair bos en halfopen terrein in het zuiden van Midden-Amerika. Het mannetje is de enige organist in het gidsgebied met een geheel gele kruin boven een zwarte keel. Hij leeft van maretakbessen en andere kleine vruchten en komt vaak in tuinen en plantages.

Geelkruinorganist (Euphonia luteicapilla)
Foto: Jerry Oldenettel from Socorro, NM, USA — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een helder, vaak herhaald fluitje van twee tonen, zoals bie-bie of pie-pie, soms in een reeks. De zang is een snelle reeks kwetterende en fluitende tonen.

Luister: ZangXC489538

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–10 cm. Het mannetje is van boven glanzend blauwzwart, met een zwarte keel en een gele kruin die van het voorhoofd tot de achterkruin reikt. Borst en buik zijn helder geel. Het vrouwtje is van boven effen olijfgroen en van onderen geelachtig olijf, zonder duidelijke kenmerken. Snavel kort en dik.

Verwarrings­soorten

Bij de struikorganist Euphonia affinis en de witbuikorganist Euphonia minuta beperkt het geel op de kop zich bij het mannetje tot het voorhoofd; de witbuikorganist heeft bovendien een witte onderbuik. De geelkeelorganist Euphonia hirundinacea en de dikbekorganist Euphonia laniirostris hebben een gele keel. Vrouwtjes van deze soorten lijken sterk op elkaar; dat van de geelkruinorganist is vrij egaal olijfgroen en mist de grijze nek van de struikorganist en de grijswitte buik van de witbuikorganist.

Leefgebied

Bosranden, secundair bos, open plekken met losse bomen, schaduwkoffie, cacaoplantages, tuinen en parken; vooral in vochtig laagland en voetheuvels, tot ongeveer 1500 m. Mijdt het binnenste van gesloten bos. Eet vooral maretakbessen en andere kleine vruchten, meestal in paren of kleine groepjes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van het oosten van Nicaragua, Costa Rica (vooral de Caribische kant en de Centrale Vallei) en Panama, waar hij aan beide kanten voorkomt. Komt niet voor buiten het gidsgebied.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen in tuinen en aan bosranden, bijvoorbeeld bij La Selva in Costa Rica en rond het Panamakanaal. Het heldere tweetonige fluitje vanuit een boomkroon wijst vaak op de soort.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen en verdraagt sterk door mensen veranderd terrein met bomen.

Wetenschappelijke naam

Euphonia luteicapilla | (Cabanis, 1861)

Cabanis beschreef de soort in 1861 als Phonasca luteicapilla; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Euphonia werd in 1806 ingevoerd door Desmarest, A-G. Euphonia is Grieks, van eu 'goed' en phōnē 'geluid': 'welluidend', naar de aangename roep. luteicapilla is Latijn, van luteus 'geel' en capillus 'hoofdhaar', naar de geheel gele kruin van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Costa Rica.