Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Costaricaanse zanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Costaricaanse zanger | Basileuterus melanotis

Black-eared Warbler | Reinita costarricense

De costaricaanse zanger is een zanger van de bergbossen van Costa Rica en het westen van Panama, met een zwart-wit gestreepte kop en een zwarte oorvlek. Hij leeft in luidruchtige groepjes in de ondergroei van nevelwoud. Tot voor kort werd hij samen met de tacarcunazanger tot de Zuid-Amerikaanse driestreepzanger gerekend.

Costaricaanse zanger (Basileuterus melanotis)
Foto: Johnathan Nightingale — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een snel, hoog en schril gekwetter van dunne noten, vaak door meerdere vogels van een groep tegelijk. De roep is een hoog tsit of tsjip, in groepjes voortdurend te horen.

Luister: ZangXC872423

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13 cm. Kop gestreept: een brede zwarte streep aan weerszijden van de kruin, een bleek okerkleurige middenstreep, een lichte, bleekgele tot vuilwitte wenkbrauwstreep en een grote zwarte vlek over teugel en oorstreek. Keel licht okergeel. Bovendelen olijfgroen, zonder vleugelstrepen. Overige onderdelen vuilgeel met een olijfkleurige zweem op borst en flanken. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De goudhaanzanger Basileuterus culicivorus heeft ook zwarte kruinstrepen, maar een gele tot oranje middenstreep, geen zwarte oorvlek en helder gele onderdelen; hij leeft meestal lager. De zwartwangzanger Basileuterus melanogenys heeft een roodbruine kruin, een witte wenkbrauwstreep en grijsachtig witte onderdelen en leeft hoger. De tacarcunazanger Basileuterus tacarcunae lijkt sterk, maar komt alleen in het oosten van Panama voor.

Leefgebied

Ondergroei en lagere boomlaag van nevelwoud en vochtig bergbos, ook ouder secundair bos en bosranden; meestal tussen ongeveer 1200 en 2500 m. Leeft in groepjes van drie tot acht vogels en vormt vaak de kern van gemengde groepen in de ondergroei.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Bergen van Costa Rica (Cordillera de Tilarán, Cordillera Central en Cordillera de Talamanca) en het westen van Panama (Chiriquí, Bocas del Toro en Veraguas). Standvogel.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de nevelwouden van Monteverde en in de bossen van de Talamanca regelmatig in de ondergroei; een groep kondigt zich aan met een stroom hoge roepjes en beweegt snel door de vegetatie.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen in bergbos binnen een klein verspreidingsgebied, waarvan een groot deel beschermd is.

Wetenschappelijke naam

Basileuterus melanotis | Lawrence, 1868

Lawrence beschreef de soort in 1868 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Basileuterus werd in 1848 ingevoerd door Cabanis. Basileuterus is Grieks, van basileuteros 'koninklijker', naar de gekleurde kruinstreep die aan een kroontje doet denken. melanotis is Grieks, van melas 'zwart' en ous, ōtos 'oor', naar de zwarte oorstreek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cervantes, Costa Rica.