Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Cooks stormvogel
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes
Cooks stormvogel | Pterodroma cookii
Cook's Petrel | Petrel de Cook
Cooks stormvogel is een kleine stormvogel van het geslacht Pterodroma die alleen op een paar eilanden van Nieuw-Zeeland broedt. Na de broedtijd steekt hij de Stille Oceaan over naar het oosten, en in de noordelijke zomer verblijven grote aantallen ver uit de kust van Baja California en Californië. In het gidsgebied is hij een zomergast van de open oceaan, die vanaf het land vrijwel nooit te zien is.
Geluid
Op zee stil. In de kolonies 's nachts hoge, snel herhaalde roepen in de vlucht boven het bos.
Opname: Nathan El — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
25–30 cm. Kleine, slanke stormvogel met lange, spitse, vaak geknikt gehouden vleugels en een korte zwarte snavel. Bovendelen lichtgrijs, met een donkere M-vormige band over de vleugels en de rug; de staart is grijs met een donkere eindband. Voorhoofd en onderdelen wit, met een donkere vlek door en onder het oog. De ondervleugel is vrijwel geheel wit, met slechts een smalle donkere rand en een korte donkere streep bij de pols. Vliegt snel en wendbaar in hoge, zwaaiende bogen boven de golven, met korte reeksen vleugelslagen. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Pijlstormvogels zoals townsends pijlstormvogel Puffinus auricularis en de zwartbuikpijlstormvogel Puffinus opisthomelas zijn donker van boven, zonder M-tekening, hebben een langere, dunne snavel en vliegen laag met snelle, stijve slagen. De tahitistormvogel Pseudobulweria rostrata is groter, met een donkere kop, borst en ondervleugel. Andere kleine Pterodroma-soorten, die ver op zee voor de westkust als zeldzame gast kunnen opduiken, verschillen in de tekening van kop, staart en ondervleugel en zijn alleen met goede foto's zeker te herkennen.
Leefgebied
Open oceaan, meestal ver voorbij de rand van het continentaal plat en vaak honderden kilometers uit de kust; komt zelden dicht onder de kust. Pakt kleine inktvis, vis en kreeftachtigen van het oppervlak, deels 's nachts. Broedt in holen in bergbos op eilanden van Nieuw-Zeeland.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied vooral ver uit de westkust van Baja California, op doortrek in april en mei en als zomergast van juni tot september; in de Golf van Californië en verder zuidelijk ver uit de kust van Mexico slechts verspreide waarnemingen. Hoe ver de soort langs de Pacifische kust van Midden-Amerika voorkomt, is door het geringe aantal waarnemingen ver op zee onduidelijk. Buiten het gidsgebied broedt ze op Hauturu (Little Barrier Island) en Whenua Hou (Codfish Island) in Nieuw-Zeeland; buiten de broedtijd verblijven veel vogels in het oosten van de Stille Oceaan, van Peru en Chili tot voor Californië.
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Alleen op lange pelagische tochten ver uit de kust van Baja California, vooral van mei tot september, is een kans op een ontmoeting. De lichtgrijze bovenzijde met donkere M, de bijna geheel witte ondervleugel en de snelle, hoog zwaaiende vlucht zijn de beste kenmerken.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar. De soort broedt op slechts twee eilanden. Ingevoerde katten en ratten hebben de populatie in het verleden sterk teruggebracht; na het uitroeien van deze roofdieren op de broedeilanden is ze weer gegroeid. Kunstlicht, waardoor jonge vogels verdwalen, en veranderingen in het voedselaanbod op zee blijven risico's.
Wetenschappelijke naam
Pterodroma cookii | (Gray, 1843)
Gray beschreef de soort in 1843 als Procellaria Cookii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pterodroma werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte. Pterodroma is Grieks, van pteron 'vleugel' en dromos 'loop, hardloper', naar de snelle, zwierende vlucht. cookii eert de Britse ontdekkingsreiziger kapitein James Cook (1728–1779). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nieuw-Zeeland.
