Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Blauw-gouden tangare
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Blauw-gouden tangare | Bangsia arcaei
Blue-and-gold Tanager | Tangara de Arcé
De blauw-gouden tangare is een stevige tangare met donkerblauwe bovendelen en heldergele onderdelen, die alleen voorkomt in de natte voetheuvels aan de Caribische kant van Costa Rica en Panama. Hij leeft in mossig, druipnat bos en zit vaak lang stil in de middenlaag. Buiten het gidsgebied komt de soort niet voor.
Geluid
Roept met hoge, dunne en scherpe tsiet-tonen. De zang is een korte reeks hoge, ijle en wat sissende tonen, vaak in de vroege ochtend.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
15–16 cm. Vrij forse, gedrongen tangare met een korte, dikke zwarte snavel. Kruin, rug, vleugels en staart diep donkerblauw; kop rond het oog en de keel nog donkerder, bijna zwartblauw. Borst en buik heldergeel, de flanken met een olijfgroene zweem. Iris rood. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar; jonge vogels zijn doffer en hebben een donkere iris.
Verwarringssoorten
Het mannetje van de geelkeelorganist Euphonia hirundinacea en andere organisten met blauwzwarte bovendelen en gele onderdelen zijn veel kleiner, hebben een gele voorhoofdsvlek en geen rode iris. De citroentangare Chrysothlypis chrysomelas is kleiner en heeft zwarte in plaats van blauwe bovendelen. Binnen het leefgebied heeft geen andere tangare deze combinatie van donkerblauw en geel.
Leefgebied
Midden- en bovenlaag en randen van zeer nat, mossig voetheuvelbos aan de Caribische kant, ongeveer tussen 400 en 1500 m, vooral tussen 700 en 1200 m. Zoekt voedsel alleen, in paren of met gemengde groepen. Eet vooral vruchten en bessen, daarnaast insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor het gidsgebied: Caribische kant van de bergen van Costa Rica, van de Cordillera de Guanacaste en Tilarán zuidoostwaarts, en van het westen van Panama tot in het midden van het land, waar hij in Veraguas en Coclé ook over de waterscheiding komt.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Geregeld te zien in de sector Quebrada González van Braulio Carrillo en bij Rara Avis in Costa Rica en bij El Copé (Parque Nacional Omar Torrijos) in Panama. Zit vaak lang stil op een tak in de middenlaag, en valt dan weinig op.
Staat van instandhouding
Gevoelig (NT). Klein verspreidingsgebied in een smalle hoogtezone; gaat achteruit door kap van voetheuvelbos, maar komt in diverse beschermde gebieden nog vrij geregeld voor.
Wetenschappelijke naam
Bangsia arcaei | (Sclater & Salvin, 1869)
Sclater & Salvin beschreef de soort in 1869 als Buthraupis arcaei; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Bangsia werd in 1919 ingevoerd door Penard. Bangsia eert de Amerikaanse zoöloog en verzamelaar Outram Bangs (1863–1932). arcaei eert Enrique Arcé (actief rond 1870), een Guatemalteekse verzamelaar die in Guatemala, Costa Rica en Panama werkte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cordillera del Chucú, Veraguas, Panama.


