Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Amerikaanse bontbekplevier

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Amerikaanse bontbekplevier | Charadrius semipalmatus

Semipalmated Plover | Chorlo semipalmeado

De Amerikaanse bontbekplevier is een kleine, donkerbruine plevier met één borstband, die broedt in Alaska en Arctisch Canada. Langs beide kusten van Mexico en Midden-Amerika is hij een algemene wintergast en doortrekker, op slikken, stranden en in lagunes, vaak in groepen tussen strandlopers. Zijn naam dankt hij aan de kleine zwemvliezen tussen de tenen.

Amerikaanse bontbekplevier (Charadrius semipalmatus)
Foto: JeffreyGammon — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hees, stijgend tsjoe-wiet, het beste kenmerk van de soort en vaak het eerste wat van een groep op het slik te horen is. Bij verstoring daarnaast een kort tjip.

Luister: VluchtroepXC1169996

Opname: Don Profota — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17–19 cm. Een gedrongen plevier met een rond kopje en een kort snaveltje. Bovendelen egaal donker grijsbruin, onderdelen wit, met één zwarte of in winterkleed bruine borstband, een donker masker door het oog en een witte voorhoofdsvlek. De snavel is oranje met een zwarte punt, in winterkleed grotendeels donker met wat oranje aan de basis; de poten zijn oranjegeel. Rond het oog een smalle gele ring. Jonge vogels zijn bruiner, met een donkere snavel en lichte veerranden op de rug. In de vlucht een smalle witte vleugelstreep. Loopt in korte spurtjes, staat stil en pikt dan snel voorover.

Verwarrings­soorten

De wilsons plevier Anarhynchus wilsonia is iets groter, met een veel zwaardere, geheel zwarte snavel en vleeskleurige poten. De halsbandplevier Anarhynchus collaris is kleiner en slanker, met een dunne zwarte snavel, een smalle borstband, roestbruin op de kruin en geen witte halsband. De dwergplevier Charadrius melodus is veel bleker, zandkleurig, en de sneeuwplevier Anarhynchus nivosus is bleek met alleen donkere vlekken opzij van de borst. De killdeerplevier Charadrius vociferus is groter, met twee borstbanden en een oranjerossige stuit.

Leefgebied

Getijdenvlakten, slikken en zandplaten, stranden, lagunes en zoutpannen, garnalenkwekerijen en de randen van mangrove; op de trek ook aan de oevers van meren, rivieren en stuwmeren in het binnenland en in rijstvelden. Bij hoogwater rust hij in groepen op zandplaten en stranden, vaak samen met strandlopers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Langs de hele Pacifische kust van Baja California en de Golf van Californië tot Panama, en langs de Atlantische kust van Tamaulipas over Veracruz en het schiereiland Yucatán tot de Caribische kust van Panama. Het talrijkst op de grote slikvlakten aan de Pacifische kant, zoals in de lagunes van Sinaloa en Nayarit, de Golf van Fonseca, de Golf van Nicoya en de Bocht van Panama; in het binnenland vooral op doortrek. Buiten het gidsgebied broedt de soort van Alaska tot Labrador en overwintert ze langs de kusten van de zuidelijke Verenigde Staten tot in het zuiden van Zuid-Amerika.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Slikken en zandplaten bij afgaand tij, zoals bij Chomes en Puntarenas aan de Golf van Nicoya, in de Bocht van Panama en in de lagunes van Nayarit en Sinaloa. Op de rustplaatsen bij hoogwater staan de vogels dicht bij elkaar en zijn ze goed te vergelijken met andere kleine plevieren. De hese roep helpt om ze tussen strandlopers te vinden.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied algemeen langs de kust; slik en kwelder gaan wel verloren aan garnalenkwekerijen, havens en kustbebouwing, en rustplaatsen op stranden worden verstoord.

Wetenschappelijke naam

Charadrius semipalmatus | Bonaparte, 1825

Bonaparte beschreef de soort in 1825 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Charadrius werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Charadrius is laat-Latijn, uit het Griekse kharadrios: een onopvallend gekleurde nachtvogel van ravijnen en rivierdalen, van kharadra 'ravijn'. semipalmatus is Latijn voor 'half-gezwemvliesd', van semi 'half' en palma 'handpalm', naar de kleine vliezen tussen de tenen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit kust van New Jersey.