Alle soorten › Glansvogelachtigen

Glansvogelachtigen | Galbuliformes

Jacamars and puffbirds | Jacamares y bobos

Een orde van tropisch Amerikaanse vogels die vaak als onderorde bij de spechtvogels wordt ingedeeld, en die in de gids twee families omvat: de glansvogels (Galbulidae) en de baardkoekoeken (Bucconidae). Beide hebben een zygodactyle voet, met twee tenen naar voren en twee naar achteren, en beide nestelen in een holte die ze zelf graven, in een aarden wal, in de grond of in een boomtermietennest; de eieren zijn wit. Het zijn geduldige zitjagers die lang roerloos op een uitkijkpost blijven en dan uitvallen naar een prooi. Glansvogels zijn slank, met een lange, dunne, spitse snavel en een metaalglanzend groen of bronskleurig verenkleed; ze vangen vliegende insecten zoals vlinders, libellen en bijen en slaan die op een tak stuk voordat ze ze eten. Baardkoekoeken zijn gedrongen en grootkoppig, met een los, zacht verenkleed in bruin, zwart en wit en een zware snavel, vaak met een haakpunt; ze nemen grote insecten en soms kleine hagedissen van bladeren en takken. In Mexico en Midden-Amerika leven beide families vooral in laaglandbos en bosranden, met de meeste soorten in Panama.

Families in deze orde

  • Glansvogels | Galbulidae3 soortenDrie soorten in drie geslachten bereiken Mexico en Midden-Amerika, waar ze in vochtig laaglandbos, langs bosranden en rivieroevers leven; de Bruinrugglansvogel komt alleen in het oosten van Panama voor. Glansvogels zijn slanke vogels met een lange, rechte, naaldscherpe snavel, korte poten met twee tenen naar voren en twee naar achteren, en meestal een lange staart. Het verenkleed van de bovendelen glanst metaalachtig groen of brons, terwijl de buik roestkleurig of donker is. Ze zitten rechtop en lange tijd stil op een open tak en schieten van daaruit op vliegende insecten af, vooral vlinders, libellen, wespen en bijen. Terug op de tak wordt de prooi tegen het hout geslagen om vleugels en angel te verwijderen. De roep bestaat uit hoge, heldere fluittonen en trillers; bij de Grote Glansvogel klinkt een lang, klagend gefluit. Het nest is een zelfgegraven tunnel in een aarden wal, een oever of een termietennest, zonder bekleding, waarin twee tot vier glanzend witte eieren liggen. Beide ouders broeden en voeren de jongen. Samen met de baardkoekoeken vormen de glansvogels een eigen orde.
  • Baardkoekoeken | Bucconidae9 soortenDe familie telt in Mexico en Midden-Amerika negen soorten in zeven geslachten. De meeste leven in het vochtige laaglandbos van Costa Rica en Panama; enkele soorten reiken tot in het zuiden van Mexico. Het zijn gedrongen vogels met een grote kop, een korte hals en een los, pluizig verenkleed in bruin, zwart en wit, waardoor ze er dikker uitzien dan ze zijn. De snavel is stevig, vaak met een haakje aan de punt of een gekruiste spits, en wordt omgeven door borstels. De voet is zygodactyl, met twee tenen naar voren en twee naar achteren. Baardkoekoeken zijn geduldige loerjagers: ze zitten lang onbeweeglijk op een open tak in de middenlaag, slaan dan plotseling uit naar een groot insect, een spin of een hagedisje en slaan de prooi tegen de tak voor ze hem inslikken. Door die rust worden ze vaak over het hoofd gezien. De nonvogels uit het geslacht Monasa zijn juist rumoerig en trekken in groepjes door het bos, waarbij ze samen luid kwetterende koren laten horen. Het nest ligt aan het eind van een gang in de grond of in een boomtermietennest, met twee of drie witte eieren.