Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Zuid-Amerikaanse ruwvleugelzwaluw

Zuid-Amerikaanse ruwvleugelzwaluw | Stelgidopteryx ruficollis

Southern Rough-winged Swallow | Golondrina alirrasposa sureña

De Zuid-Amerikaanse ruwvleugelzwaluw is een kleine, bruine zwaluw die op Trinidad algemeen broedt, vooral bij rivieren en bij steile wanden van zand of leem. De naam verwijst naar de stijve, teruggebogen haakjes op de buitenvlag van de handpennen van het mannetje, die in het veld niet te zien zijn. Op Trinidad komt de vorm Stelgidopteryx ruficollis aequalis voor.

Zuid-Amerikaanse ruwvleugelzwaluw (Stelgidopteryx ruficollis)
Foto: Julian Londono from Manizales, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een oplopend, ruw dzjrieet of een zachter zwie, vaak herhaald, en in vlucht kwetterende en zoemende tonen.

Luister: ZangXC1177281

Opname: Mateus Gonçalves Santos — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–14 cm, compact, met vrij brede vleugels en een recht afgesneden of licht ingekeepte staart. De bovendelen zijn lichtbruin tot grijsbruin, de stuit iets lichter; vleugels en staart zijn donkerder bruin. De keel is warm oker tot kaneelkleurig, borst en flanken zijn grijsbruin en de buik is witachtig, soms met een gelige zweem. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben kaneelkleurige randen aan de vleugeldekveren, die als vage vleugelstrepen zichtbaar zijn.

Verwarrings­soorten

De Noord-Amerikaanse ruwvleugelzwaluw Stelgidopteryx serripennis heeft een vaal grijsbruine keel zonder oker en een stuit in de kleur van de rug; hij komt in het zuiden van het gebied vrijwel niet voor. De oeverzwaluw Riparia riparia heeft een witte keel en een scherpe bruine borstband. De bruinborstzwaluw Progne tapera is veel groter, met een witte keel en een borstband. Jonge witvleugelzwaluwen Tachycineta albiventer zijn grijzer, met wit op de vleugel en een witte stuit.

Leefgebied

Open terrein bij water: rivieren, beken, vijvers, wegbermen, groeves, landbouwgebied en bosranden, tot in dorpen. Jaagt laag boven water en open terrein op kleine vliegende insecten. Nestelt alleen of in kleine groepjes in een gat in een steile oever, en ook in muren en buizen; op Trinidad vooral van maart tot juni.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op Trinidad, waar hij in het laagland en de heuvels algemeen is. Op Tobago en de ABC-eilanden dwaalgast. Buiten het gebied van Honduras door Midden-Amerika en grote delen van Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad langs rivieren en bij bruggen, waar paartjes laag over het water jagen en vaak op draden of kale takken bij de oever zitten. De okerkleurige keel is het belangrijkste kenmerk en is bij zittende vogels het beste te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Een algemene soort met een groot verspreidingsgebied, die ook door de mens gemaakte wanden zoals wegbermen en groeves gebruikt.

Wetenschappelijke naam

Stelgidopteryx ruficollis | (Vieillot, 1817)

Vieillot beschreef de soort in 1817 als Hirundo ruficollis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Stelgidopteryx werd in 1858 ingevoerd door Baird. Stelgidopteryx is Grieks, van stelgis 'schraper, krabber' en pterux 'vleugel', naar de ruwe, getande buitenvlag van de buitenste handpen. ruficollis is Latijn, van rufus 'roodbruin' en collum 'hals', naar de roestbruine keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië.