Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Zevenkleurenpapegaai

Zevenkleurenpapegaai | Touit batavicus

Lilac-tailed Parrotlet | Cotorrita sietecolores

De zevenkleurenpapegaai is een kleine, gedrongen papegaai met een korte staart, die in het gebied alleen op Trinidad voorkomt. Hij leeft in groepen in het kronendak van het bos en wordt meestal opgemerkt als een snel overvliegende, kwetterende troep. Zittend gaat hij door zijn groen-zwarte tekening op in het blad.

Van deze soort bestaat geen foto van een levende wilde vogel met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Geluid

De gewone roep is een licht nasaal riejee of nie-riejee; zittende vogels geven een sterk nasaal naaee. Troepen in de vlucht maken een aanhoudend, eentonig gekwetter.

Luister: VluchtroepXC1047416

Opname: Rosa Elena Albornoz @rosaelena_naturaleza — CC0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm, met een korte, rechte staart. De kop is grotendeels geel met groene oordekveren, de zijkant van de hals groen. Rug en vleugels zijn zwart, wat hem van alle andere kleine papegaaien in het gebied onderscheidt. De borst is lichtblauw, de buik groen. De staart is roze-violet met een zwarte eindband. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De groene muspapegaai Forpus passerinus is kleiner en egaal groen, zonder zwart op rug en vleugels en zonder gele kop, en leeft in open, droger land. De maïsparkiet Eupsittula pertinax en de andere parkieten hebben een lange, spitse staart. De verwante Touit huetii, op Trinidad alleen als dwaalgast gemeld, is groen met rood onder de vleugel.

Leefgebied

Vochtig bos, laaglandregenwoud en bergbos, zowel ongerept als secundair, en bosranden met vruchtdragende bomen. Eet bloemen, nectar, knoppen, bessen, zaden en vruchten, vooral in de ochtend. Niet trekkend, maar zwerft afhankelijk van het voedselaanbod, waardoor groepen op een plek onregelmatig verschijnen. Nestelt in boomholtes of in termietennesten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een standvogel, vooral in de Northern Range, met waarnemingen ook in de beboste heuvels in het oosten en zuiden van het eiland. Van Tobago is slechts een enkele melding bekend; op de andere eilanden ontbreekt de soort. Buiten het gebied in het noorden van Zuid-Amerika: Colombia, Venezuela, Guyana, Suriname en Frans-Guyana.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste in de Arimavallei en elders in de Northern Range, waar troepjes 's ochtends hoog over het bos vliegen en in vruchtdragende bomen foerageren. De roep is meestal het eerste teken; een zittende groep valt vaak pas op wanneer die opvliegt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort gebruikt ook secundair en verstoord bos. Door het zwervende gedrag zijn de aantallen slecht bekend.

Wetenschappelijke naam

Touit batavicus | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Psittaca Batavica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Touit werd in 1855 ingevoerd door Gray. Touit komt uit het Tupi: tuí eté 'echte kleine papegaai', door Marcgrave in 1648 als 'Tuiete' opgetekend. batavicus verwijst naar Batavia (nu Jakarta), de onjuiste herkomst die bij de beschrijving werd opgegeven; de soort leeft in het noorden van Zuid-Amerika en op Trinidad. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Venezuela (oorspronkelijk abusievelijk Batavia).