Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Zapatagors
Zapatagors | Torreornis inexpectata
Zapata Sparrow | Cabrerito de la ciénaga
De Zapatagors is een endemische Cubaanse gors en de enige soort van het geslacht Torreornis. Hij werd pas in 1927 ontdekt in het Zapata-moeras, waaraan de soortnaam inexpectata, 'onverwacht', herinnert. Later werden nog twee sterk gescheiden populaties gevonden, op Cayo Coco en aan de zuidkust van de provincie Guantánamo, elk in een totaal ander leefgebied. Op Cuba heet hij cabrerito de la Ciénaga.
Geluid
Een hoge, metaalachtige triller die met tussenpozen wordt herhaald, tziii-tzziii-tzziii, en een zacht tik-tik-tik.
Opname: Andy Mitchell — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
16–17 cm, gedrongen, met een dikke, donkere kegelsnavel en een betrekkelijk lange staart. De kruin is roodbruin, de wenkbrauwstreep en de zijkant van de kop zijn grijs, met een zwartachtige baardstreep langs de witte keel. De bovendelen zijn olijfgrijs met vage donkere strepen. De borst en flanken zijn grijs tot olijfgrijs, de buik is geelachtig getint; bij de vleugelbocht zit een gele vlek. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer, met minder roodbruin op de kruin en een vaag gestreepte borst. De drie ondersoorten verschillen onderling licht in de grijze en gele tinten.
Verwarringssoorten
Op Cuba weinig verwarring. De grote Cubavink Tiaris olivaceus en het Cubaanse dikbekje Melopyrrha nigra zijn veel kleiner, zonder roodbruine kruin. De savannahgors Passerculus sandwichensis en Lincolns gors Melospiza lincolnii, zeldzame wintergasten, zijn kleiner en duidelijk gestreept op borst en rug.
Leefgebied
De nominaatvorm leeft in uitgestrekte zaaggrasmoerassen met verspreide struiken en lage bomen in het Zapata-moeras. Op Cayo Coco (ondersoort varonai) bewoont de soort kustbos en struweel, in Guantánamo (sigmani) droog doornstruweel met cactussen langs de kust. Foerageert op en vlak boven de grond. Het voedsel is gevarieerd: zaden, bloemen, insecten, spinnen, slakken en kleine hagedissen. Het broedseizoen valt vermoedelijk van maart tot juni.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Cuba, in drie gescheiden gebieden: het Zapata-moeras in de provincie Matanzas, Cayo Coco voor de noordkust van Ciego de Ávila (van oudsher bij Camagüey gerekend), en een smalle kuststrook in het zuiden van de provincie Guantánamo.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In het Zapata-moeras vooral rond La Turba en Santo Tomás, waar plaatselijke gidsen de plekken kennen; op Cayo Coco in kustbos en struweel langs de wegen. Het beste in de vroege ochtend, wanneer de vogels roepen en op de rand van het struikgewas komen zitten. Betreden van het zaaggras buiten paden verstoort het leefgebied.
Staat van instandhouding
Gevoelig volgens de IUCN. Het verspreidingsgebied is klein en versnipperd. Branden in het droge seizoen tasten het zaaggrasmoeras aan, en ontwatering, landbouw en de aanleg van toeristische infrastructuur, onder meer op Cayo Coco, kosten leefgebied. De Cubaanse rode lijst beschouwt de soort als bedreigd.
Wetenschappelijke naam
Torreornis inexpectata | Barbour & Peters, 1927
Barbour & Peters beschreef de soort in 1927 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Torreornis voerde hij in datzelfde werk in. Torreornis eert de Cubaanse natuuronderzoeker Carlos de la Torre (1858–1950), met het Griekse ornis 'vogel'. inexpectata is Latijn voor 'onverwacht', naar de verrassende ontdekking in 1927 van een nog onbekend geslacht in Cuba. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santo Tomás, schiereiland Zapata, Cuba.





