Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Witstaartnachtzwaluw

Witstaartnachtzwaluw | Hydropsalis cayennensis

White-tailed Nightjar | Chotacabras coliblanco

De witstaartnachtzwaluw is een kleine nachtzwaluw van open, grazige landschappen. In het Caribisch gebied komt hij voor op Trinidad en Tobago, op Aruba, Curaçao en Bonaire en op Martinique, waar een eigen ondersoort leeft, manati. Het mannetje toont in de vlucht veel wit in vleugel en staart; het vrouwtje is vrijwel egaal gecamoufleerd.

Witstaartnachtzwaluw (Hydropsalis cayennensis)
Foto: Adaptivity77 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang van het mannetje is een hoog, dun pt-tsjieieieie, waarvan de tweede toon lang uitgerekt en stijgend is en aan het eind iets daalt. Daarnaast krassende roepen in de vlucht en dunne tiktonen bij verstoring.

Luister: ZangXC998443

Opname: Paul Lenrumé — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm, slank, met een vrij lange, licht ingekeepte staart. De bovendelen zijn grijsbruin met donkere vlekken en strepen, met een roestbruine kraag in de nek. Het mannetje heeft een witte keelvlek, een witte band over de handpennen en grotendeels witte buitenste staartpennen, waardoor de staart van onderen vooral wit lijkt. Het vrouwtje is donkerder en bruiner, met een geelbruine keel en zonder wit in vleugel en staart. Op Martinique en de ABC-eilanden leven ondersoorten die iets afwijken in tint en hoeveelheid wit.

Verwarrings­soorten

De pauraque Nyctidromus albicollis op Trinidad is groter, met een langere staart en een witte vleugelband dichter bij de vleugelpunt. De Antilliaanse nachtzwaluw Chordeiles gundlachii en de Amerikaanse nachtzwaluw Chordeiles minor hebben spitse vleugels met een witte band halverwege, een gevorkte staart en jagen hoog in de lucht, ook overdag. Het vrouwtje lijkt sterk op vrouwtjes van andere kleine nachtzwaluwen; op de ABC-eilanden en Martinique is het de enige standvogel uit de familie.

Leefgebied

Open landschap: savanne, weiland, grazige hellingen met verspreide struiken, droog struweel en open kustvegetatie. Op de ABC-eilanden in open delen van het doorn- en cactusstruweel, op Martinique vooral in de droge zuid- en oostkust, zoals het schiereiland La Caravelle. Jaagt vanaf de grond of in lage vlucht op insecten. Het ei wordt zonder nest op de grond gelegd, vaak tussen gras of onder een struik.

Verspreiding en trek

Standvogel op Trinidad en Tobago, op Aruba, Curaçao en Bonaire en op Martinique. Op Martinique is de populatie klein en beperkt tot enkele droge gebieden. Buiten het gebied van Costa Rica door het noorden van Zuid-Amerika tot de Guyana's en het noorden van Brazilië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste in de avondschemering langs graslanden en savannes op Trinidad en Tobago of in het open struweel van Curaçao en Bonaire, waar zingende mannetjes vaak van de grond of van een lage steen roepen. Een rijdende auto of lamp brengt de oogreflectie op wegen en paden aan het licht.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd als soort. Op Martinique wordt de ondersoort manati bedreigd door verlies van droog leefgebied aan bebouwing en door uitheemse roofdieren zoals mangoesten, katten en ratten, die eieren en jongen op de grond pakken.

Wetenschappelijke naam

Hydropsalis cayennensis | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Caprimulgus cayennensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hydropsalis werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Hydropsalis is Grieks, van hudro- 'water-' en psalis 'schaar', naar de schaarvormige staart; waarom 'water' is niet duidelijk. cayennensis betekent 'uit Cayenne', naar Frans-Guyana, waar het typeexemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.