Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Witneklijster
Witneklijster | Turdus albicollis
White-necked Thrush | Zorzal cuelliblanco
De witneklijster is een schuwe lijster van het binnenste van vochtig bos, vaker gehoord dan gezien. Hij foerageert op de bosbodem en in de onderste laag, alleen, in paren of in kleine groepjes. De vogels van Trinidad en Tobago behoren tot de ondersoort phaeopygoides; de indeling van deze soort, die van Colombia tot Argentinië voorkomt, is nog niet afgerond.
Geluid
Een welluidende, wat trage zang van herhaalde frasen, vaak vanaf de vroege ochtend. De kenmerkende roep is een dalend toe-iejoe; verder korte roepjes als joep en een tokkend kloek.
Opname: João Capurucho — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
21–23 cm. Kop en bovendelen zijn donker olijfbruin, de kop wat grijzer. De keel is wit met dichte zwartachtige strepen en wordt aan de onderkant afgesloten door een witte halve kraag. De borst is grijs, de flanken grijsbruin tot oranjebruin, de buik en onderstaart wit. Kenmerkend is de geeloranje oogring; de snavel is geelachtig, de poten zijn roze-bruin. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben lichte vlekjes boven en bruine bandering op de lichte onderdelen.
Verwarringssoorten
De naaktooglijster Turdus nudigenis heeft een bredere, kale oogring, een egale grijsbruine borst en geen witte kraag, en leeft meer in de open. De cacaolijster Turdus fumigatus is overwegend roodbruin, zonder oogring en zonder witte kraag. Het vrouwtje van de geelpootlijster Turdus flavipes is warmer bruin, met gele poten en zonder witte kraag.
Leefgebied
Het binnenste van vochtig primair en ouder secundair bos met dichte, verwarde ondergroei, vooral in heuvelland en lagere hellingen, minder aan bosranden. Zoekt op de bosbodem tussen het strooisel naar insecten en andere ongewervelden en eet vruchten. Het nest is een stevige kom van modder, bladeren en twijgen met mos aan de buitenkant, 1 tot 9 m hoog.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Op Trinidad in de bossen van de Northern Range en elders in grotere boskernen; op Tobago in de bossen van de Main Ridge. Buiten het gebied in het noorden van Colombia en Venezuela, de Guyana's, het Amazonebekken en het oosten en zuidoosten van Brazilië tot Paraguay, Uruguay en het noordoosten van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de vroege ochtend in het bos van de Northern Range op Trinidad of langs de bospaden van de Main Ridge op Tobago, luisterend naar de dalende roep. De vogels lopen vaak op het pad zelf, maar trekken zich bij de minste beweging terug in de ondergroei.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied. Op de eilanden is ze afhankelijk van aaneengesloten bos, dat plaatselijk verdwijnt door ontginning en bebouwing.
Wetenschappelijke naam
Turdus albicollis | Vieillot, 1818
Vieillot beschreef de soort in 1818 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. albicollis is Latijn, van albus 'wit' en collum 'hals', naar de witte halsband onder de gestreepte keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Rio de Janeiro, Brazilië.


