Alle soorten › Eendachtigen › Eenden en ganzen › Rosse stekelstaart
Rosse stekelstaart | Oxyura jamaicensis
Ruddy Duck | Malvasía canela
De rosse stekelstaart is een kleine, gedrongen duikeend met een stijve, vaak rechtop gehouden staart. De wetenschappelijke naam jamaicensis verwijst naar Jamaica, vanwaar de soort beschreven is. In West-Indië leeft een standvogelpopulatie die broedt op zoete en brakke vijvers; in de winter komen daar vooral in het noorden trekvogels uit Noord-Amerika bij. Op meerdere eilanden heet hij pato chorizo.
Geluid
Meestal stil. Het mannetje maakt in de balts een droog, tikkend geluid door met de snavel tegen de opgezette borst te slaan, eindigend in een kort, kwakend tik-tik-tik-kwurr; op het water ontstaan daarbij bellen.
Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
34–43 cm, met een brede, korte kop en een dikke hals. Het mannetje in prachtkleed is diep kastanjebruin met een zwarte kap, sneeuwwitte wangen en een helder hemelsblauwe snavel. Buiten de broedtijd is het mannetje grijsbruin, met dezelfde witte wang en een donkere snavel. Het vrouwtje is grijsbruin met een donkere kap en een lichte wang met één donkere lengtestreep. De staart bestaat uit stijve, puntige veren. Vliegt laag en snel met snorrende slagen, na een aanloop over het water, en toont in de vlucht geen wit in de vleugel.
Verwarringssoorten
De maskerstekelstaart Nomonyx dominicus is iets kleiner en heeft in elk kleed een witte vleugelvlek. Het mannetje heeft een zwart masker en een gevlekte rug in plaats van een witte wang; het vrouwtje heeft twee donkere strepen op het gezicht in plaats van één. Vrouwtjes van de kleine topper Aythya affinis en de ringsnaveleend Aythya collaris hebben een witte vlek aan de snavelbasis of een lichte oogring, maar geen gestreepte wang en geen stijve staart.
Leefgebied
Zoetwatervijvers en -meren met begroeide oevers, waterzuiveringsvijvers, brakke lagunes en zoutpannen, en binnenlandse brakwatermeren. Duikt naar zaden en wortels van waterplanten, insectenlarven en andere kleine waterdieren. Het nest is een platform van plantenmateriaal in riet of andere opgaande begroeiing boven het water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Verspreid over de Bahama's en de Turks- en Caicoseilanden, Cuba, Jamaica, Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek), Puerto Rico en de Maagdeneilanden, en in de Kleine Antillen zuidwaarts tot Grenada, onder meer op Anguilla, Sint Maarten, Saint Kitts, Antigua, Guadeloupe en Barbados. Op de Kaaimaneilanden, de ABC-eilanden en San Andrés zeldzaam. Op veel eilanden plaatselijk en wisselend in aantal. Buiten het gebied in Noord-Amerika, van Canada tot Mexico, en plaatselijk in Midden-Amerika; ingevoerd en verwilderd in Europa.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Puerto Rico, Cuba, Hispaniola en Sint Maarten bij vijvers, waterzuiveringsvijvers en lagunes met begroeide randen, waar de vogels vaak tussen andere eenden zwemmen. In de broedtijd zijn baltsende mannetjes met opgezette borst en rechtopstaande staart te zien.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. De West-Indische populatie is op veel eilanden klein en plaatselijk; verlies en vervuiling van wetlands en jacht zijn de belangrijkste bedreigingen.
Wetenschappelijke naam
Oxyura jamaicensis | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Anas jamaicensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Oxyura werd in 1828 ingevoerd door Bonaparte. Oxyura is Grieks, van oxys 'scherp, spits' en oura 'staart', naar de stijve staartveren die de vogel rechtop kan zetten. jamaicensis betekent 'van Jamaica', het eiland waar het eerst beschreven exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.



