Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Roodbrauwpeperklauwier
Roodbrauwpeperklauwier | Cyclarhis gujanensis
Rufous-browed Peppershrike | Vireón ceja rufa
De roodbrauwpeperklauwier is een forse, grootkoppige vireo met een zware, klauwierachtige snavel. Hij is wijdverbreid van Mexico tot Argentinië en bereikt in het Caribisch gebied alleen Trinidad, waar hij een algemene standvogel is. De vogel zit vaak lang stil en verborgen in het gebladerte en wordt veel vaker gehoord dan gezien.
Geluid
De zang is een luide, gevarieerde gefloten frase van vier tot zeven tonen, die een vogel vele malen achter elkaar herhaalt voordat hij op een andere frase overgaat, zoals tsjoe-wie-tsjoe-wie-wie. De roep is een raspend, dalend tsjèèr. Hij zingt het hele jaar en ook op het heetst van de dag.
Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
14–16 cm, gedrongen, met een grote kop en een dikke, haakvormige snavel die lichtroze tot grijs is. Kop grijs met een brede roestrode wenkbrauwstreep van de snavel tot achter het oog; de kruin heeft een bruine zweem. Bovendelen helder olijfgroen. Keel en borst geel, overgaand in een witachtige tot lichtgrijze buik. Iris oranje. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn valer, met een minder duidelijke wenkbrauwstreep.
Verwarringssoorten
De combinatie van grijze kop, roestrode wenkbrauw en zware snavel komt in het gebied bij geen andere soort voor. De roodoogvireo Vireo olivaceus is slanker, met een dunne snavel, een witte wenkbrauwstreep met zwarte rand, een rode iris en witte onderdelen. De goudvoorhoofdvireo Pachysylvia aurantiifrons is veel kleiner, met een dunne snavel en een vaal geelachtige onderkant.
Leefgebied
Bosranden, secundair bos, droog en halfgroen bos, cacao- en citrusplantages, kustbos en tuinen en parken met hoge bomen, van zeeniveau tot in de heuvels van de Northern Range. Zoekt langzaam en methodisch in het bladerdak naar rupsen en andere grote insecten, die hij met de zware snavel bewerkt. Het nest is een ondiep, dun kommetje dat in een horizontale vork van een tak hangt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen op Trinidad, waar hij over het hele eiland voorkomt waar bomen staan. Op Tobago ontbreekt de soort. Buiten het gebied van Mexico door Midden-Amerika en het grootste deel van Zuid-Amerika tot in Argentinië en Uruguay; de vogels van Trinidad behoren tot de ondersoort flavipectus, die ook in het noordoosten van Venezuela leeft.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het beste is de zang te volgen: een vogel die op dezelfde plek steeds dezelfde gefloten frase herhaalt, is meestal deze soort. Daarna is geduld nodig, want hij beweegt weinig. Bosranden in de Northern Range en de Arimavallei zijn kansrijk, evenals oudere tuinen met grote bomen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied, is op Trinidad algemeen en verdraagt sterk door mensen veranderd landschap zoals plantages en tuinen.
Wetenschappelijke naam
Cyclarhis gujanensis | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Tanagra gujanensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cyclarhis werd in 1824 ingevoerd door Swainson. Cyclarhis is Grieks, van kuklos 'cirkel' en rhis, rhinos 'neusgaten', naar de ronde neusgaten. gujanensis betekent 'uit Guyana', naar de typelocatie in Frans-Guyana. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Frans-Guyana.





