Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Purpersuikervogel

Purpersuikervogel | Cyanerpes caeruleus

Purple Honeycreeper | Mielero cerúleo

De purpersuikervogel is een kleine, kortstaartige tangare met een lange, gebogen snavel, die nectar, vruchten en kleine insecten eet. Op Trinidad is hij algemeen in vochtig bos en komt hij ook in tuinen met bloeiende bomen en op voederplaatsen met fruit of suikerwater.

Purpersuikervogel (Cyanerpes caeruleus)
Foto: Gregory "Slobirdr" Smith — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zang is nauwelijks bekend. De roep is een dun, zoemend zrie, soms herhaald, en een korte, hoge, lispelende roep.

Luister: RoepXC1183891

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm, compact, met een korte staart en een lange, duidelijk gebogen, zwarte snavel. Het mannetje is diep violetblauw met een zwarte teugel, een smal zwart masker en een zwarte keel; vleugels en staart zijn zwart. De poten zijn helder geel. Het vrouwtje is groen van boven, met een lichtbruin tot okerkleurig gezicht en een okerkleurige keel, een smalle blauwe baardstreep en lichte, groen gestreepte onderdelen met een gelige buik.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de blauwe suikervogel Cyanerpes cyaneus heeft rode poten, een lichte turkooise kruin, een zwarte mantel en geen zwarte keel; het vrouwtje heeft een witachtige in plaats van okerkleurige keel en geen blauwe baardstreep. De blauwe pitpit Dacnis cayana heeft een korte, rechte snavel en is bij het mannetje turkoois in plaats van violet. Het suikerdiefje Coereba flaveola heeft een witte wenkbrauwstreep en een gele borst.

Leefgebied

Vochtig laagland- en heuvelbos, de randen daarvan, secundair bos, open plekken met bloeiende of vruchtdragende bomen en beschaduwde cacaoplantages, ook tuinen. Foerageert in kleine groepen of paren, vaak in gemengde groepen, in de bovenste en middelste laag, en komt lager bij bloeiende struiken en voederplaatsen. Het nest is een kommetje in een boom of struik.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het Caribisch gebied een algemene standvogel op Trinidad; op Tobago ontbreekt de soort. Buiten het gebied in het uiterste oosten van Panama en in een groot deel van tropisch Zuid-Amerika ten noorden van Argentinië, Paraguay en Uruguay.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Voederplaatsen met fruit en suikerwater bij lodges in de Northern Range, zoals in de Arima-vallei, bieden vaak gezichten van dichtbij, waarbij mannetjes en vrouwtjes van de purpersuikervogel en de blauwe suikervogel naast elkaar te vergelijken zijn. De kleur van de poten is daarbij het eenvoudigste kenmerk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Een wijdverbreide en algemene soort, die ook in secundair bos en tuinen voorkomt.

Wetenschappelijke naam

Cyanerpes caeruleus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Certhia caerulea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cyanerpes werd in 1899 ingevoerd door Oberholser. Cyanerpes is Grieks, van kuanos 'donkerblauw' en herpēs 'kruiper'. caeruleus is Latijn voor 'blauw'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname.