Alle soorten › Zangvogels › Kardinaalachtigen › Levertangare

Levertangare | Piranga flava

Hepatic Tanager | Piranga bermeja

De levertangare is een tangare van boomkruinen en bosranden met een zeer groot verspreidingsgebied van het zuidwesten van de Verenigde Staten tot Argentinië. Vaak wordt de soort in drie soorten gesplitst; de vogels van Trinidad behoren tot de groep van de Andes en de kustgebergten van Venezuela en Colombia, die dan als Piranga lutea wordt opgevat. In het Caribisch gebied komt hij alleen in de bergen van Trinidad voor.

Levertangare (Piranga flava)
Foto: Anthony Batista — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een kort, droog tsjup. De zang is een korte reeks heldere, lijsterachtige fluittonen, die vanaf een hoge tak wordt herhaald.

Luister: RoepXC1175818

Opname: Paul Molina Abril — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17–20 cm, stevig gebouwd, met een vrij dikke, donkere snavel. Het mannetje is steenrood, op de bovendelen grijziger en doffer, op keel en borst helderder rood, met grijzige oorstreek. Het vrouwtje is olijfgroen op de bovendelen en geel op de onderdelen, met een grijzige wang. Jonge mannetjes zijn als het vrouwtje met oranjerode vlekken.

Verwarrings­soorten

De zomertangare Piranga rubra, op Trinidad een wintergast, heeft een lichte snavel; het mannetje is egaler rozerood zonder grijze wang, het vrouwtje mosterdgeler. De rode miertangare Habia rubica leeft laag in het bos, is donkerder roodbruin en heeft een rode of geelbruine kruinstreep. Het mannetje van de fluweeltangare Ramphocelus carbo is zwartachtig rood met een zilverwitte ondersnavel.

Leefgebied

Kruinen en randen van bergregenwoud en vochtig loofbos in de Northern Range, vooral boven ongeveer 300 meter, ook open plekken met hoge bomen, wegen door het bos en oud secundair bos. Zoekt in de kruinen naar insecten en eet vruchten; sluit zich soms aan bij gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een schaarse standvogel in de hogere delen van de Northern Range; op Tobago en elders in het Caribisch gebied ontbreekt hij. De groep waartoe de vogels van Trinidad behoren, leeft van Costa Rica door de Andes en de kustgebergten van Venezuela tot in Bolivia; andere groepen broeden van het zuidwesten van de Verenigde Staten tot Nicaragua en in de laaglanden van het oosten en zuiden van Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Langs de weg van Arima naar Blanchisseuse en op andere wegen door de hogere Northern Range, vooral in de vroege ochtend, wanneer de vogels in de toppen van de bomen langs de weg zitten. De korte roep helpt om ze in het gebladerte te vinden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd in de brede opvatting van de soort. Het verspreidingsgebied is zeer groot. Op Trinidad is de populatie klein en beperkt tot de bergbossen.

Wetenschappelijke naam

Piranga flava | (Vieillot, 1822)

Vieillot beschreef de soort in 1822 als S[altator] Flavus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Piranga werd in 1808 ingevoerd door Vieillot. Piranga komt van het Tupi tijepiranga, de naam van een niet nader bekend vogeltje. flava is Latijn voor 'geel', naar het gelige vrouwtje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.