Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Kortstaartnachtzwaluw

Kortstaartnachtzwaluw | Lurocalis semitorquatus

Short-tailed Nighthawk | Chotacabras cola corta

De kortstaartnachtzwaluw is een donkere, bosbewonende nachtzwaluw met lange, brede vleugels en een korte staart. In de schemering vliegt hij laag over het kronendak, langs bosranden en boven rivieren, met snelle, grillige wendingen die eerder aan een vleermuis dan aan een vogel doen denken. Als enige nachtzwaluw legt hij zijn ei niet op de grond, maar op een dikke horizontale tak.

Kortstaartnachtzwaluw (Lurocalis semitorquatus)
Foto: Hector Bottai — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Vooral in de vlucht te horen: een scherp, enigszins vloeiend g'wiek of gwiek, vaak herhaald. Daarnaast een reeks regelmatig herhaalde ewiet-roepen; de geluiden verschillen per ondersoort.

Luister: ZangXC1034577

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm. De bovendelen zijn donkerbruin tot zwartachtig, fijn gevlekt met roestbruin en geelbruin; de vleugels zijn lang en breed en reiken in rust tot voorbij de staartpunt. De vleugels missen de witte vlekken van de meeste andere nachtzwaluwen. De keel is wit, de borst donker, en de buik en onderstaartdekveren zijn bruin en geelbruin met donkere bandering. De staart is kort en recht afgesneden, zonder wit. De seksen zijn vrijwel gelijk. In de vlucht valt het silhouet op: brede vleugels, korte staart en een gedrongen lichaam.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse nachtzwaluw Chordeiles minor, die op doortrek over Trinidad komt, heeft smallere, spitse vleugels met een witte vleugelband en een langere, licht gevorkte staart. De nacundanachtzwaluw Chordeiles nacunda is groter en heeft een witte buik en witte vlakken in de vleugel. De pauraque Nyctidromus albicollis heeft een lange staart en een witte band over de handpennen en jaagt vooral vanaf de grond. Gierzwaluwen en vleermuizen boven het bos zijn kleiner of fladderen anders, maar in het laatste licht kan verwarring ontstaan.

Leefgebied

Groenblijvend laaglandbos en bos in de lagere hellingen van de Northern Range, met open plekken, bosranden en rivierdalen; ook verlaten cacaoplantages en secundair bos. Jaagt in de schemering boven en net onder het kronendak op kevers, wantsen en andere vliegende insecten. Overdag rust de vogel in de lengterichting op een dikke tak, waar zijn kleur als camouflage dient.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het Caribisch gebied alleen op Trinidad, waar de meeste waarnemingen uit de Northern Range komen, met daarnaast verspreide meldingen uit het laagland. Van Tobago zijn geen vaste vestigingen bekend. Buiten het gebied van Mexico door Midden-Amerika tot in een groot deel van tropisch Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste bij invallende schemering vanaf een uitzichtpunt boven bos in de Northern Range, zoals de veranda van het Asa Wright Nature Centre, waar de vogels geregeld laag over de boomtoppen jagen. Op het korte silhouet en de roep letten; na het donker wordt de soort zelden meer gezien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied. Op Trinidad is ze afhankelijk van bos en oude plantages, en verlies van bos in het laagland vermindert het leefgebied.

Wetenschappelijke naam

Lurocalis semitorquatus | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Caprimulgus semitorquatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lurocalis werd in 1851 ingevoerd door Cassin. Lurocalis is Grieks, van oura 'staart' en kolos 'afgeknot, gekortwiekt', naar de opvallend korte staart. semitorquatus is Latijn voor 'met een halve halsband', van semi- 'half' en torquatus 'met halsband', naar de witte keelvlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.