Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Kleine ani
Kleine ani | Crotophaga ani
Smooth-billed Ani | Garrapatero piquiliso
De kleine ani is een van de bekendste vogels van het Caribisch gebied: een slordig ogende, zwarte koekoek met een lange, los aangezette staart en een hoge, gebulte snavel, die in luidruchtige groepen door weilanden, bermen en tuinen trekt. Hij is algemeen op de Grote Antillen, de Bahama's en de Kaaimaneilanden en komt ook voor op Trinidad en Tobago en een deel van de Kleine Antillen. Op Cuba en in de Dominicaanse Republiek heet hij judío; de Spaanse naam garrapatero verwijst naar de teken die hij soms van het vee pikt.
Geluid
Het gewone geluid is een klaaglijk, oplopend en wat jankend oe-liek, dat in de vlucht en bij het landen door de groepsleden na elkaar wordt herhaald. Bij het foerageren houden de vogels contact met zachte klok- en gromgeluiden. Bij gevaar, zoals een roofvogel of een kat, gaat de groep over op een hard, ratelend alarm.
Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
30–36 cm, waarvan ongeveer de helft staart. Geheel dof zwart, bij goed licht met een bronzen of purperen glans en fijne schubtekening op kop, hals en mantel. De snavel is zwart, zeer hoog en zijdelings samengedrukt, met een gladde, hoge bult op de bovensnavel die boven de lijn van de kruin uitsteekt; groeven ontbreken. Het oog is donker. De vleugels zijn kort en rond, de staart is lang, smal en los aangezet; bij het landen wipt hij na en hij hangt vaak schuin omlaag. De vlucht is zwak: enkele snelle slagen afgewisseld met glijden, laag van struik naar struik, de vogels van een groep vaak achter elkaar aan. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer zwart en hebben een kleinere snavel zonder hoge bult.
Verwarringssoorten
De groefsnavelani Crotophaga sulcirostris, in het gebied de ani van Aruba, Curaçao en Bonaire, is iets kleiner, heeft een gelijkmatig gebogen snavel zonder hoge bult en met drie of vier groeven aan de zijkant, en roept een tweelettergrepig tsjie-ho; jonge kleine ani's met een nog lage snavel zijn het best op de roep te onderscheiden. De grote ani Crotophaga major van Trinidad is veel groter, blauw geglansd en heeft een licht oog. De Caribische troepiaal Quiscalus lugubris en de glanskoevogel Molothrus bonariensis hebben een spitse, dunne of kegelvormige snavel, een kortere staart en een veel strakker silhouet.
Leefgebied
Open en halfopen land met verspreide struiken en bomen: weilanden, savanne, akkerranden en suikerriet, bermen, verwaarloosde terreinen, tuinen en dorpsranden, ook kuststruweel en de randen van mangrove en moeras; vooral in het laagland, plaatselijk hoger. Groepen foerageren op de grond en laag in de begroeiing, vaak bij grazend vee, op sprinkhanen en andere grote insecten die door het vee worden opgejaagd; daarnaast spinnen, hagedissen, kikkers en wat vruchten en zaden. Af en toe pikt hij teken en andere parasieten van het vee. Groepen slapen dicht tegen elkaar op een tak. Het nest is een grote kom van takjes in een dichte struik of boom, gebouwd en gebruikt door meerdere paren samen; de vrouwtjes leggen in hetzelfde nest, dat zo tot bijna dertig eieren kan bevatten, en alle groepsleden broeden en voeren de jongen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
In het gebied algemeen op Cuba, met de Isla de la Juventud, op Jamaica, Hispaniola en Puerto Rico, op de Bahama's, de Turks- en Caicoseilanden en de Kaaimaneilanden, en op San Andrés. Verder op de Maagdeneilanden en op een deel van de Kleine Antillen, onder meer Saint Kitts, Montserrat, Guadeloupe, Dominica, Saint Vincent en Grenada, niet op alle eilanden even talrijk, en op Trinidad en Tobago. Op Aruba, Curaçao en Bonaire, het gebied van de groefsnavelani, zijn er slechts enkele meldingen. Buiten het gebied in het zuiden van Florida, in het zuiden van Midden-Amerika en in een groot deel van Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië; op de Galápagoseilanden is de soort rond de jaren zestig ingevoerd.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Vrijwel overal in open land in het laagland, vooral in weilanden met vee en langs bermen; groepjes zitten vaak goed zichtbaar op hekken, struiken en draden. Het klaaglijke oe-liek waarmee een groep opvliegt, verraadt de soort ook als de vogels niet in beeld zijn.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort profiteert van ontbossing en veeteelt en is op de meeste eilanden algemeen. In het zuiden van Florida, aan de rand van het verspreidingsgebied, is ze sterk achteruitgegaan.
Wetenschappelijke naam
Crotophaga ani | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Crotophaga voerde hij in datzelfde werk in. Crotophaga is Grieks, van krotōn 'teek' en -phagos 'etend': 'tekeneter', omdat men dacht dat ani's vooral teken eten. ani komt van de Tupí-naam Anim voor deze vogel ('sociale vogel'; vergelijk Guaraní Anó). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.




