Alle soorten › Nieuwewereldgieren › Nieuwewereldgieren › Kalkoengier
Kalkoengier | Cathartes aura
Turkey Vulture | Aura tiñosa
De kalkoengier is de gier van de Grote Antillen: op Cuba de aura tiñosa, op Jamaica de John Crow, op Trinidad de king corbeau. Hij zweeft urenlang laag boven het land en vindt aas, anders dan de zwarte gier, voor een groot deel met de reuk. Op Puerto Rico is de soort volgens de gangbare opvatting eind 19e eeuw vanaf Cuba ingevoerd.
Geluid
Zonder stemorganen; vrijwel stil. Bij aas en nest sist of gromt de vogel.
Opname: Ed Pandolfino — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
62–81 cm, met lange, smalle vleugels en een vrij lange, afgeronde staart. Het verenkleed is zwartbruin, op de rug en vleugeldekveren met lichtere randen. De kop is klein en kaal, bij volwassen vogels rood met een witte snavel; jonge vogels hebben een grijze kop en een donkere snavel. Van onderen zijn de vleugels tweekleurig: zwarte voorvleugel en zilvergrijze slagpennen over de hele lengte. Zweeft met de vleugels in een duidelijke V, wiebelt zijdelings en slaat zelden met de vleugels. De seksen zijn gelijk. De vogels van Trinidad (ondersoort ruficollis) hebben een lichtere band in de nek en een geelachtige tekening op de kruin.
Verwarringssoorten
De zwarte gier Coragyps atratus, in het gebied alleen vast op Trinidad, is gedrongener en kortstaartiger, heeft een grijze kop en alleen witte vlakken aan de vleugelpunt, en vliegt met snelle, ondiepe slagen en vlakke vleugels. Zwevende roofvogels als de roodstaartbuizerd Buteo jamaicensis houden de vleugels vlakker, hebben een grotere, bevederde kop en een lichte onderkant van het lichaam.
Leefgebied
Open en halfopen land: weiden, akkers, savanne, droog struweel en bosranden, kusten en kliffen, ook boven dorpen, wegen en vuilnisbelten; zelden boven aaneengesloten vochtig bos. Eet aas, van kleine dieren tot vee, en vindt kadavers ook onder dekking dankzij de reuk. Roest gezamenlijk in bomen, op rotsen of op masten. Legt de eieren zonder nest op de grond in een rotsholte, een grot, een holle boom of dicht struweel.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Algemene standvogel op Cuba en Isla de la Juventud, Jamaica en Trinidad. Op Hispaniola plaatselijk, vooral in de Dominicaanse Republiek. Op Puerto Rico vooral in het zuiden en zuidwesten, van Ponce tot Cabo Rojo. Op de Bahama's alleen op de noordelijke eilanden, zoals Grand Bahama, Abaco, Andros en New Providence. Op Tobago, de Kaaimaneilanden, de Maagdeneilanden en de Kleine Antillen geen vaste soort; daar alleen incidentele waarnemingen. Buiten het gebied van het zuiden van Canada tot Vuurland.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Cuba en Jamaica bijna overal en op elk uur van de dag zichtbaar, vooral vanaf de late ochtend als de thermiek op gang komt. Op Puerto Rico zijn de droge zuidwestkust en Cabo Rojo de beste plekken. Op Trinidad is de soort het best van de zwarte gier te onderscheiden aan de V-houding en het zilvergrijze vleugelpatroon.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is in het gebied algemeen en past zich goed aan door de mens veranderd landschap aan. Plaatselijk komen vergiftiging, aanvaringen met verkeer en vervolging voor.
Wetenschappelijke naam
Cathartes aura | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Vultur Aura; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cathartes werd in 1811 ingevoerd door Illiger. Cathartes is Grieks kathartēs 'reiniger', naar het opruimen van kadavers. aura is vermoedelijk een gelatiniseerde vorm van een inheemse Mexicaanse naam voor deze gier; de precieze herkomst is niet zeker. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Veracruz, Mexico (later aangewezen).






