Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Jamaicazanger

Jamaicazanger | Setophaga pharetra

Arrowhead Warbler | Reinita jamaicana

De Jamaicazanger is een zwart-wit gestreepte zanger van de vochtige bergbossen van Jamaica. De Engelse naam Arrowhead Warbler verwijst naar de pijlpuntvormige zwarte vlekken op de onderdelen. Hij is in geschikt bos algemeen en trekt vaak mee met gemengde groepen van andere kleine bosvogels.

Jamaicazanger (Setophaga pharetra)
Foto: John Sterling — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een reeks hoge, piepende tonen, ongeveer sswie-sswie-swie-swie, vaak wat wisselend in ritme. De roep is een herhaald, hoog en metaalachtig tik.

Luister: RoepXC113177

Opname: Rick Bowers — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12,5–13 cm. Kop en bovendelen zijn zwart-wit gestreept, met witte toppen aan de vleugeldekveren die twee vleugelstrepen vormen. De staart is donker met een lichte onderkant. De onderdelen zijn witachtig, op keel, borst en flanken bedekt met zwarte pijlpuntvormige vlekken. Het vrouwtje is iets doffer, met grijzere strepen. Jonge vogels zijn geelbruin van boven met vage geelachtige strepen, en bleek bruingeel van onder met vage donkere strepen.

Verwarrings­soorten

De bonte zanger Mniotilta varia, een algemene wintergast, is eveneens zwart-wit gestreept, maar heeft een witte middenkruinstreep, kruipt langs stammen en takken en heeft gestreepte, geen pijlpuntvormige, vlekken op de flanken. Vrouwtjes en jonge vogels van de zwartkopzanger Setophaga striata, een doortrekker, zijn olijfgroenig met vage strepen en hebben lichte poten. Op Jamaica komt geen andere inheemse zanger met dit patroon voor.

Leefgebied

Vochtig bergbos en nevelwoud op middelhoge en grote hoogte, ook halfgroen bos en bos op kalksteen zoals in Cockpit Country. Buiten de broedtijd dalen sommige vogels af naar vochtig laaglandbos. Foerageert in de ondergroei en de middelste laag naar insecten, vaak in gemengde groepen met todies, vireo's en wintergasten onder de zangers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Jamaica, vooral in de Blue Mountains en de John Crow Mountains, het centrale bergland en Cockpit Country. Buiten Jamaica komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Langs de wegen en paden in de Blue Mountains, zoals bij Hardwar Gap, en in Cockpit Country. Het metaalachtige tik en gemengde groepen kleine vogels zijn de aanwijzingen; de vogel laat zich daarin meestal op korte afstand zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is in vochtig bos algemeen; ontbossing voor landbouw, koffieteelt en mijnbouw verkleint plaatselijk het leefgebied.

Wetenschappelijke naam

Setophaga pharetra | (Gosse, 1847)

Gosse beschreef de soort in 1847 als Sylvicola pharetra; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Setophaga is Grieks, van sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend': 'motteneter'. pharetra is Latijn voor 'pijlkoker', naar de pijlvormige zwarte strepen op het verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bluefields Peak, Jamaica.