Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Jamaicaanse kraai

Jamaicaanse kraai | Corvus jamaicensis

Jamaican Crow | Cuervo jamaicano

De Jamaicaanse kraai is de enige kraai van Jamaica en komt nergens anders voor. Het is een vrij kleine, doffe kraai van het bebost heuvel- en bergland, die vooral opvalt door zijn babbelende en borrelende geluiden; op het eiland heet hij daarom ook jabbering crow. De soort leeft in paren of kleine groepen en eet veel vruchten.

Jamaicaanse kraai (Corvus jamaicensis)
Foto: ntitelbaum — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks babbelende, borrelende en kakelende geluiden, vaak lang volgehouden, met daartussen een trage, rauwe kraa-aa en muzikale, gorgelende tonen. Het geluid is anders dan dat van welke Noord-Amerikaanse kraai ook.

Luister: RoepXC308459

Opname: Ross Gallardy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

35–38 cm, met een diepe, sterk toelopende, leigrijze snavel. Het verenkleed is egaal roetgrijs tot zwartachtig, zonder de glans van de andere Caribische kraaien. Achter het oog ligt een plek kale, donkergrijze huid en aan de snavelbasis een kleinere plek. De neusveren zijn schaars, zodat de neusgaten zichtbaar zijn. De iris is grijsbruin tot roodbruin, mogelijk afhankelijk van de leeftijd. Poten zwart. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Op Jamaica is geen andere kraai. De Antilliaanse troepiaal Quiscalus niger is veel kleiner, glanzend zwart, met een dunne snavel, een gele iris en een gekielde staart. De kalkoengier Cathartes aura is in vlucht groter, met een kale rode kop en lange, in V gehouden vleugels.

Leefgebied

Vochtig bos op kalksteen en in de heuvels, bosranden en een mozaïek van bos met open plekken, kleinschalige landbouw en grotere tuinen. Vooral in het heuvel- en bergland, in de droge tijd ook lager. Eet vruchten uit de boomkruinen, zoekt onder schors en in het strooisel naar ongewervelden en hagedissen en rooft eieren en jongen uit nesten van andere vogels. Het nest staat hoog in een boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Jamaica, vooral in het bebost heuvel- en bergland van het westen en midden van het eiland, met Cockpit Country als belangrijkste gebied; in het oosten schaarser. Buiten Jamaica komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste in Cockpit Country en andere beboste kalksteenheuvels in het westen en midden van Jamaica, in de ochtend, wanneer groepjes luidruchtig door de boomkruinen trekken. Het babbelende geluid verraadt de vogels meestal voordat ze te zien zijn.

Staat van instandhouding

Gevoelig. Het verspreidingsgebied is klein en het bos waarvan de soort afhangt, slinkt door ontginning en bauxietwinning.

Wetenschappelijke naam

Corvus jamaicensis | Gmelin, 1788

Gmelin beschreef de soort in 1788 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Corvus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Corvus is het Latijnse woord voor 'raaf'. jamaicensis betekent 'van Jamaica', het eiland waar deze kraai alleen voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.