Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Guadeloupespecht
Guadeloupespecht | Melanerpes herminieri
Guadeloupe Woodpecker | Carpintero de Guadalupe
De Guadeloupespecht is de enige specht die op de Kleine Antillen broedt en komt alleen op Guadeloupe voor. Hij is niet schuw, maar houdt zich vaak hoog in het bladerdak op en is daardoor eerder te horen dan te zien. De soort is sterk afhankelijk van dood hout om nestholten in te hakken.
Geluid
Contactroepen in variabele reeksen wa-wa-wa of woe-woe-woe, en een krachtig, rauw tsjarrg, vaak herhaald. Het mannetje roffelt, vrij zacht en vooral bij het nest.
Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
26–28 cm, een vrij grote, egaal donker ogende specht. Het hele verenkleed is zwart; bij goed licht hebben rug en vleugels een donkerblauwe glans en vertoont de onderzijde een donkerrode tot wijnrode gloed. De seksen zijn in het verenkleed gelijk, maar het mannetje heeft een duidelijk langere en zwaardere snavel en is iets groter. Jonge vogels zijn doffer zwart, met minder glans.
Verwarringssoorten
Op Guadeloupe geen andere specht; de geelbuiksapspecht Sphyrapicus varius is op de Kleine Antillen een zeer zeldzame dwaalgast. De Caribische troepiaal Quiscalus lugubris is ook zwart, maar heeft een lichtgeel oog en een lange staart en loopt veel op de grond; hij klimt niet tegen stammen.
Leefgebied
Vooral tropisch regenwoud en bergregenwoud, daarnaast halfgroen en droog loofbos, moerasbos en mangrove, en plantages en parken met grote bomen. Van zeeniveau tot ongeveer 900 m, het talrijkst tussen 100 en 700 m in beboste heuvels. Eet insecten, vooral mieren, termieten en keverlarven, en vruchten; hangt soms ondersteboven aan takken bij fruit. Het nest is een holte in een dode stam of tak.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Guadeloupe, op Basse-Terre en Grande-Terre; Basse-Terre herbergt het grootste deel van de populatie. Op Les Saintes, Marie-Galante en La Désirade ontbreekt de soort. Buiten Guadeloupe komt ze niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de bossen van het Parc national de la Guadeloupe op Basse-Terre, bijvoorbeeld langs de Route de la Traversée en de wandelpaden daar in de buurt. De rauwe roep is het beste aanknopingspunt; dode bomen in bosranden zijn plekken om naar nestholten te zoeken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; van 2004 tot 2019 stond de soort als gevoelig te boek. Tellingen gaven ruim 10.000 paren in 1998 en bijna 20.000 in 2007. Bedreigingen zijn versnippering van bos door bebouwing, het verwijderen van dood hout, predatie van eieren door ratten, concurrentie om nestholten en orkaanschade.
Wetenschappelijke naam
Melanerpes herminieri | (Lesson, 1830)
Lesson beschreef de soort in 1830 als Picus Herminieri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melanerpes werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Melanerpes is Grieks, van melas 'zwart' en herpēs 'kruiper': 'zwarte kruiper'. herminieri eert de Franse apotheker en natuuronderzoeker Félix Louis L'Herminier, die op Guadeloupe werkte en over vogels publiceerde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guadeloupe (oorspronkelijk abusievelijk 'Noord-Amerika').





