Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Grote mierklauwier

Grote mierklauwier | Taraba major

Great Antshrike | Batará mayor

De grote mierklauwier is de grootste miervogel van Trinidad: een zware, kuifdragende vogel met een gehaakte snavel en rode ogen, die zich ophoudt in dichte begroeiing en veel vaker gehoord dan gezien wordt. Mierklauwieren danken hun naam aan de klauwierachtige snavel. Op Tobago komt de soort niet voor.

Grote mierklauwier (Taraba major)
Foto: David F. Belmonte — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een lange, versnellende reeks holle tonen die vaak eindigt in een grommend krrr; bij noordelijke vogels bevat de reeks minder tonen dan in het zuiden van het verspreidingsgebied. Daarnaast ratels, rollende fluittonen, grommen en hoge, jankende tonen.

Luister: ZangXC1182878

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–20 cm, fors, met een grote kop, een korte, rafelige kuif, een zware zwarte snavel met haakpunt en een rode iris. Het mannetje is van boven zwart, met witte stippen op de vleugeldekveren, witte randen aan de handpennen en wit in de buitenste staartveren; tussen de schouders zit een verborgen witte vlek. De onderdelen zijn wit, de flanken grijs aangeslagen. Het vrouwtje is van boven roodbruin, met een rossere kruin en staart, en van onder wit met een licht kaneelkleurige onderstaart.

Verwarrings­soorten

De zwartkuifmierklauwier Sakesphorus canadensis is veel kleiner, met een donkere iris; het mannetje heeft een zwarte kuif en borst en een bruine rug. Het vrouwtje van de gebandeerde mierklauwier Thamnophilus doliatus is ook roodbruin, maar kleiner, met een gele iris, okerkleurige onderdelen en een gestreepte kop.

Leefgebied

Dichte onderbegroeiing aan bosranden en open plekken, in jong secundair bos, langs rivieren en in bamboebosjes, ook in verwaarloosde cacaoaanplant; meestal onder 1000 meter. Foerageert laag in de begroeiing op grote insecten en andere ongewervelden, en soms op kleine hagedissen en kikkers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een verbreide standvogel in bosranden en ruigte; op Tobago afwezig en elders in het gebied niet bekend. Buiten het gebied van Zuid-Mexico door Midden-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad in de Northern Range, onder meer rond het Asa Wright Nature Centre, en in andere ruige bosranden. De zang is het beste aanknopingspunt; daarna is geduld nodig om de vogel in de dichte begroeiing in beeld te krijgen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en profiteert van bosranden en secundaire begroeiing.

Wetenschappelijke naam

Taraba major | (Vieillot, 1816)

Vieillot beschreef de soort in 1816 als Thamnophilus major; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Taraba werd in 1831 ingevoerd door Lesson. Taraba is volgens Jobling een anagram van het geslacht Batara Lesson; mogelijk speelt ook het Tupí-woord tarabe (een amazonepapegaai) mee. major is Latijn voor 'groter', naar het forse formaat voor een mierklauwier. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.