Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Groenkapbreedbektiran

Groenkapbreedbektiran | Tolmomyias sulphurescens

Yellow-olive Flatbill | Mosquero ojo blanco

De groenkapbreedbektiran is een olijfgroene tiran met een brede, platte snavel, die op Trinidad in bos en aan bosranden leeft. Hij lijkt sterk op de geelbuikbreedbektiran, die op hetzelfde eiland voorkomt. Kenmerkend is het nest: een hangende, peervormige zak met een naar beneden gerichte ingangsbuis.

Groenkapbreedbektiran (Tolmomyias sulphurescens)
Foto: Dario Sanches from SÃO PAULO, BRASIL — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een dunne, zoemende of sissende roep, als tsziep, vaak in een korte reeks van twee of drie tonen herhaald.

Luister: ZangXC1172863

Opname: Mateus Gonçalves Santos — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm. Kruin en achterhoofd zijn grijzig olijf, de rug olijfgroen. Boven de teugel loopt een smalle witachtige streep en het oog is omgeven door een dunne lichte ring. Volwassen vogels hebben een lichte, grijze tot lichtbruine iris. De donkere vleugels hebben twee gele vleugelstrepen en gele randen aan de slagpennen. De keel is lichtgrijs met een groene waas, de borst grijzig olijf, de buik geel. De snavel is breed en plat, van boven zwart en van onder licht. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De geelbuikbreedbektiran Tolmomyias flaviventris is helderder geel van onder, met een okerkleurige waas op keel en borst, okergele teugels en oogring en een donkere iris; de kop is geelgroen in plaats van grijzig. De geelbuikelenia Elaenia flavogaster heeft een kuif en een smalle snavel. De struikvireo Hylophilus flavipes mist de vleugelstrepen en heeft een spitse snavel.

Leefgebied

Halfgroenblijvend en vochtig bos, droger bos, secundair bos, bosranden en beschaduwde plantages, in het laagland en de heuvels. Jaagt in de middelste laag en de kroon op insecten, die met korte vluchtjes van de onderkant van bladeren worden gepikt; volgt soms gemengde groepen. Het zakvormige nest van worteltjes en vezels hangt aan een tak, vaak aan een bosrand of boven een beek en regelmatig in de buurt van een wespennest.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op Trinidad; niet op Tobago en elders in het gebied afwezig. Buiten het gebied van het zuiden van Mexico door Midden-Amerika en een groot deel van Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad in bos en aan bosranden in de Northern Range en de lager gelegen bosgebieden. Een vogel met een breedbektiranensnavel moet altijd goed op iris, teugel en kopkleur worden bekeken om hem van de geelbuikbreedbektiran te onderscheiden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en verdraagt secundair bos en plantages.

Wetenschappelijke naam

Tolmomyias sulphurescens | (Spix, 1825)

Spix beschreef de soort in 1825 als Platyrhynchus sulphurescens; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tolmomyias werd in 1927 ingevoerd door Hellmayr. Tolmomyias is Grieks, van tolma 'stoutmoedigheid' en muias 'vlieg' (vliegenvanger): 'brutale vliegenvanger'. sulphurescens is nieuw-Latijn voor 'zwavelachtig', van sulphur 'zwavel', naar de gele onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Rio de Janeiro, Brazilië.