Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en boomklimmers › Grijze muisspecht

Grijze muisspecht | Sittasomus griseicapillus

Olivaceous Woodcreeper | Trepatroncos oliváceo

De grijze muisspecht is de kleinste en eenvoudigst getekende muisspecht van het gebied: een slanke, ongestreepte vogel die als een boomkruiper langs stammen omhoog schuifelt. In het Caribisch gebied komt hij alleen op Tobago voor; op Trinidad ontbreekt hij. Het complex wordt door sommige auteurs in meerdere soorten gesplitst; de vogels van Tobago horen bij de westelijke groep.

Grijze muisspecht (Sittasomus griseicapillus)
Foto: Tim Sackton from Somerville, MA — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snelle, staccato triller of dunne ratel, die bij de westelijke vogels, waaronder die van Tobago, eentonig van toonhoogte is; verder korte, scherpe tsjit-roepjes.

Luister: ZangXC1182606

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–16 cm, slank, met een lange, stijve staart en een korte, dunne, rechte snavel. Kop, nek en onderdelen zijn effen olijfgrijs, zonder strepen of vlekken. De rug is olijfbruin, de stuit, vleugels en staart zijn roodbruin. In de vlucht is een okerkleurige band over de slagpennen te zien. De iris is donker. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Op Tobago leven nog twee muisspechten. De grijswangmuisspecht Dendrocincla fuliginosa is groter en bruiner, met een grijzig gezicht met een donkere baardstreep en een langere, zwaardere snavel. De cocoamuisspecht Xiphorhynchus susurrans is veel groter, met een lange, licht gebogen snavel en lichte vlekken op kop, keel en borst. Kleine spechten klimmen ook langs stammen, maar hebben een beitelvormige snavel en een ander kleed.

Leefgebied

Vochtig en halfgroen bos op de Main Ridge, maar ook droger loofbos, secundair bos en bosranden in het laagland. Schuifelt in schokjes langs stammen, takken en lianen omhoog en pikt geleedpotigen, kevers en mieren van de schors; vangt ook vliegende insecten in een korte uitval. Sluit zich vaak aan bij gemengde groepen insecteneters. Het nest ligt in een boomholte of achter losse schors.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het Caribisch gebied alleen op Tobago, waar de soort in vrijwel alle bostypen van het eiland vrij algemeen is. Op Trinidad ontbreekt hij. Buiten het gebied van Midden-Mexico door Midden-Amerika en over een groot deel van Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië en Uruguay.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Tobago langs de wegen en paden door het bos van de Main Ridge, bijvoorbeeld bij Gilpin Trace, vaak tussen gemengde groepen insecteneters. Een kleine, ongestreepte muisspecht met roodbruine vleugels en staart is daar vrijwel zeker deze soort.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en komt in veel bostypen voor, ook in secundair bos en plantages.

Wetenschappelijke naam

Sittasomus griseicapillus | (Vieillot, 1818)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Dendrocopus griseicapillus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sittasomus werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Sittasomus combineert het geslacht Sitta (boomklevers) met Grieks sōma 'lichaam': 'met het lijf van een boomklever'. griseicapillus is Latijn, van griseus 'grijs' en capillus 'haar (van het hoofd)', naar de grijze kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Concepción, Paraguay.