Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Gestreepte strandloper

Gestreepte strandloper | Calidris melanotos

Pectoral Sandpiper | Correlimos pectoral

De gestreepte strandloper is een stevige strandloper van natte graslanden en zoetwatermoerassen, die van de Arctische toendra naar het zuiden van Zuid-Amerika trekt. In het Caribisch gebied is hij een vrij algemene herfstdoortrekker, die op elk eiland met geschikt zoet water kan opduiken. De mannetjes zijn duidelijk groter dan de vrouwtjes.

Gestreepte strandloper (Calidris melanotos)
Foto: Andrew C — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, schurend krrrt of trrrip, vaak bij het opvliegen.

Luister: VluchtroepXC1050169

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–23 cm, met een vrij kleine kop, een iets gebogen snavel met een lichte basis en geelgroene poten. Kenmerkend is de dicht gestreepte borst, die scherp afgegrensd is tegen de witte buik, als een slabbetje. De bovendelen zijn bruin met zwarte veercentra en roestige en witte randen; jonge vogels tonen witte lijnen op de mantel, zoals bij een watersnip. De kruin is roestbruin, met een vage lichte wenkbrauwstreep. In vlucht een zwakke vleugelstreep en witte zijkanten aan de donkere stuit.

Verwarrings­soorten

De kleinste strandloper Calidris minutilla heeft ook gele poten en een gestreepte borst, maar is veel kleiner. De kemphaan Calidris pugnax, een zeldzame dwaalgast, is groter, met een kleinere kop en een egalere borst zonder scherpe grens. De blonde ruiter Calidris subruficollis is egaal bufkleurig op kop en onderdelen, met een korte zwarte snavel. De Bairds strandloper Calidris bairdii heeft zwarte poten en een minder scherp afgegrensde borstband.

Leefgebied

Natte graslanden en ondergelopen weilanden, de begroeide randen van zoetwatermoerassen en vijvers, rijstvelden, zuiveringsvijvers, overstroomde savanne en de randen van brakke lagunes. Foerageert vaak half verscholen in kort gras of tussen lage oeverplanten en vliegt bij verstoring in een zigzagvlucht op.

Verspreiding en trek

Doortrekker op vrijwel alle eilanden: de Bahama's, de Turks- en Caicoseilanden, Cuba, de Kaaimaneilanden, Jamaica, Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek), Puerto Rico, de Maagdeneilanden, de Kleine Antillen, de ABC-eilanden, San Andrés en Trinidad en Tobago. De grootste aantallen worden genoemd van Puerto Rico, Barbados, Guadeloupe, Aruba en Curaçao. Buiten het gebied broedt de soort op de toendra van Siberië, Alaska en Arctisch Canada en overwintert ze vooral in het zuiden van Zuid-Amerika; een klein deel overwintert in Australië en Nieuw-Zeeland.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Na regen in september en oktober loont het om ondergelopen weilanden, rijstvelden en de grazige randen van vijvers af te zoeken. In kort gras vallen de vogels pas op wanneer ze de kop opsteken; de scherp afgegrensde borst is dan het snelste kenmerk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op Barbados en de Franse Antillen werd de soort met andere steltlopers traditioneel bejaagd; daar zijn beperkingen aan de jacht gesteld. Ook het droogleggen van natte graslanden en zoetwatermoerassen kost pleisterplaatsen.

Wetenschappelijke naam

Calidris melanotos | (Vieillot, 1819)

Vieillot beschreef de soort in 1819 als Tringa melanotos; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calidris werd in 1804 ingevoerd door Merrem. Calidris gaat terug op het Griekse kalidris of skalidris, bij Aristoteles de naam van een niet nader bepaalde grijze oevervogel. melanotos komt van het Griekse melas 'zwart' en notos 'rug', dus 'zwartrug'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.