Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Donkergrijze wouw

Donkergrijze wouw | Ictinia plumbea

Plumbeous Kite | Milano plomizo

De donkergrijze wouw is een slanke, valkachtige wouw die een groot deel van de dag hoog boven het bos zweeft en grote insecten in de lucht vangt. Op Trinidad is hij een bekende broedvogel van de Northern Range. Zowel de noordelijke als de zuidelijke populaties trekken na het broedseizoen naar het binnenland van Zuid-Amerika.

Donkergrijze wouw (Ictinia plumbea)
Foto: Hugo Hulsberg — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een dun, gefloten sie-sie-oe, vaak vanaf een hoge zitplaats.

Luister: ZangXC763713

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

34–38 cm, met lange, spitse vleugels die bij een zittende vogel tot voorbij de korte staart reiken. Volwassen vogels zijn grotendeels leigrijs, met een lichtere kop en onderdelen. In vlucht is een roestrode vlek op de handpennen zichtbaar. De staart is zwart, van onder met twee of drie smalle witte banden. Het oog is rood, de poten zijn oranje. Onvolwassen vogels zijn van boven grijs met witte streepjes en van onder witachtig met donkere strepen; zij missen de roestrode vleugelvlek.

Verwarrings­soorten

De mississippiwouw Ictinia mississippiensis, een zeldzame doortrekker, heeft een lichtere kop, geen of nauwelijks roestrood in de vleugel, lichte armpennen van boven en een staart zonder witte banden. De tandwouw Harpagus bidentatus heeft kortere, rondere vleugels, een witte keel met donkere streep en roestrode onderdelen. De zwaluwstaartwouw Elanoides forficatus is zwart-wit met een diep gevorkte staart.

Leefgebied

Vochtig loofbos en regenwoud, bosranden, cacao- en koffieplantages met schaduwbomen en bosrijke valleien; nestelt soms in mangrove boven water. Vangt libellen, cicaden en andere grote insecten in de vlucht en eet ze in de lucht op. Rust graag op kale takken in de toppen van hoge bomen. Het nest is een diepe kom van takken hoog in een boom, met één, soms twee eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Broedvogel op Trinidad, vooral in de Northern Range en de bosgebieden in het midden van het eiland; buiten de broedtijd schaars. Niet op Tobago. Buiten het gebied van het oosten van Mexico door Midden-Amerika tot Bolivia, Paraguay en het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Van februari tot september in de Arima-vallei en rond Asa Wright, waar de vogels vanaf het eind van de ochtend boven het bos cirkelen of op dode boomtoppen zitten. De roestrode vleugelvlek is in tegenlicht het beste kenmerk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort profiteert van bosranden, maar heeft voor het broeden hoge bomen nodig.

Wetenschappelijke naam

Ictinia plumbea | (Gmelin, 1788)

Gmelin beschreef de soort in 1788 als Falco plumbeus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ictinia werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Ictinia komt van het Griekse iktinos 'wouw'. plumbea is Latijn voor 'loodkleurig', naar het leigrijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.