Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Cubaanse purperzwaluw

Cubaanse purperzwaluw | Progne cryptoleuca

Cuban Martin | Golondrina azul cubana

De Cubaanse purperzwaluw broedt alleen op Cuba en het Isla de la Juventud en is in de zomer een vertrouwde verschijning in Cubaanse steden en dorpen, waar kolonies in gebouwen nestelen. Waar de vogels buiten het broedseizoen verblijven is niet bevestigd; vermoedelijk in Zuid-Amerika. De soort is lang als ondersoort van de purperzwaluw beschouwd.

Cubaanse purperzwaluw (Progne cryptoleuca)
Foto: Natthager — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een borrelend, keelachtig tsjoe-tsjoe en andere gorgelende roepen, vooral bij de kolonie.

Luister: VluchtroepXC631939

Opname: Nils Navarro — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

18–20 cm, groot, met brede vleugels en een gevorkte staart. Het mannetje is geheel glanzend donker paarsblauw; de witte basis van de buikveren is verborgen en in het veld niet te zien, waarnaar de wetenschappelijke naam cryptoleuca ('verborgen wit') verwijst. Het vrouwtje is van boven doffer, met een grijsbruine keel, borst en flanken en een zuiver witte buik die scherp tegen de borst afsteekt. Jonge vogels lijken op het vrouwtje maar zijn bruiner en minder glanzend.

Verwarrings­soorten

Het mannetje is in het veld niet te onderscheiden van het mannetje van de purperzwaluw Progne subis, die alleen op doortrek voorkomt, vooral in augustus–oktober. Het vrouwtje van de purperzwaluw heeft een geschubde borst, een lichte halsband en een vuilwitte, gestreepte buik. Bij de Caribische purperzwaluw Progne dominicensis, op Cuba hooguit een zeldzame gast, heeft ook het mannetje een witte buik; haar vrouwtje heeft meestal meer bruin op borst en flanken. De zwarte gierzwaluw Cypseloides niger heeft smallere, sikkelvormige vleugels.

Leefgebied

Steden, dorpen, open land, moerassen, kusten en mangrove, vaak bij water. Eet grote vliegende insecten. Broedt in kolonies in holten in gebouwen en onder dakranden, in oevers en in oude spechtenholen; op het platteland vooral in spechtenholen in kokospalmen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Broedt over heel Cuba en op het Isla de la Juventud. Buiten het broedseizoen trekken de vogels weg; het overwinteringsgebied ligt vermoedelijk in Zuid-Amerika. Daarbuiten een dwaalgast, met waarnemingen onder meer in Florida, op Aruba, Curaçao en Barbados.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Van maart tot september in vrijwel elke Cubaanse stad of elk dorp, rond kerken, oude gebouwen en pleinen, waar de vogels luidruchtig rond hun nesten vliegen. Vrouwtjes zijn het betrouwbaarst op naam te brengen; mannetjes worden in de broedtijd op Cuba vrijwel altijd tot deze soort gerekend.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is op Cuba algemeen en gebruikt gebouwen als broedplaats.

Wetenschappelijke naam

Progne cryptoleuca | Baird, 1865

Baird beschreef de soort in 1865 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Progne werd in 1826 ingevoerd door Boie. Progne (ook Procne) is de dochter van koning Pandion van Athene uit de Griekse mythe, die in een zwaluw werd veranderd; in het Latijn ook een woord voor 'zwaluw'. cryptoleuca is Grieks, van kruptos 'verborgen' en leukos 'wit', naar het wit aan de basis van de buikveren, dat grotendeels onzichtbaar is. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Remedios, Cuba.