Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Citroenzanger

Citroenzanger | Protonotaria citrea

Prothonotary Warbler | Reinita protonotaria

De citroenzanger is een goudgele zanger van moerasbossen, die in het broedgebied in boomholten nestelt; van de Amerikaanse zangers doet alleen Lucy's zanger Leiothlypis luciae in het westen van Noord-Amerika dat ook. De Engelse naam verwijst naar de gele gewaden van de protonotarii, pauselijke notarissen. In het Caribisch gebied is hij vooral een doortrekker op weg naar de mangroven van de noordkust van Zuid-Amerika.

Citroenzanger (Protonotaria citrea)
Foto: U.S. Fish and Wildlife Service Northeast Region — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een luid, metalig tsjip, wat lijkend op die van de waterlijsters. De zang is een reeks van zes tot tien luide, gelijke, heldere noten, tsjwiet-tsjwiet-tsjwiet-tsjwiet, in het overwinteringsgebied zelden te horen.

Luister: ZangXC828067

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm, vrij gedrongen, met een lange, spitse, zwarte snavel en een korte staart. Kop, borst en buik diep goudgeel, de mantel olijfgroen. Vleugels en stuit blauwgrijs, zonder vleugelstrepen. De onderstaartdekveren zijn wit en de staart toont van onderen veel wit. Het vrouwtje en jonge vogels zijn doffer, met een olijf getinte kruin en nek.

Verwarrings­soorten

De blauwvleugelzanger Vermivora cyanoptera heeft een zwarte oogstreep, twee witte vleugelstrepen en een fijnere snavel. De mangrovezanger Setophaga petechia en de gele zanger Setophaga aestiva zijn geler op rug en vleugels, met gele randen aan de vleugelveren en gele vlekken in de staart, en hebben een kortere snavel. Ook het vrouwtje van de monnikszanger Setophaga citrina is olijfgroen van boven, niet blauwgrijs.

Leefgebied

In het gebied vooral mangrove en moerasbos, ook bomen langs rivieren, lagunes en kustbos bij water. Zoekt in de lagere lagen, vaak dicht boven het water, naar insecten, spinnen en kleine slakken. Op de trek ook in tuinen en struweel aan de kust.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Vrij schaarse doortrekker op de Bahama's, Cuba, de Kaaimaneilanden en Jamaica, en minder vaak op Hispaniola; enkele vogels overwinteren. Schaarse wintergast in mangroven op Puerto Rico en de Maagdeneilanden en op Trinidad; zeldzaam in de Kleine Antillen, op Tobago en de ABC-eilanden. Ook op San Andrés. Broedt in het oosten van de Verenigde Staten en overwintert van het zuiden van Mexico tot het noorden van Zuid-Amerika, vooral in de mangroven van Panama, Colombia en Venezuela.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kans is in september en april op Cuba, Grand Cayman of in het westen van Jamaica, in mangrove of bij water in kustbos. In de winter op Puerto Rico en Trinidad vooral in grote mangrovebossen, waar de vogel laag boven het water zoekt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De broedpopulatie is sinds de jaren 1960 afgenomen door verlies van moerasbos in het broedgebied en van mangrove in het overwinteringsgebied.

Wetenschappelijke naam

Protonotaria citrea | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Motacilla citrea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Protonotaria werd in 1858 ingevoerd door Baird. Protonotaria komt van het laatlatijnse protonotarius 'protonotaris', een hoge pauselijke ambtenaar wiens gele gewaad aan het verenkleed doet denken. citrea is Latijn voor 'citroengeel', naar het felgele verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Louisiana (VS).