Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Caymanzanger

Caymanzanger | Setophaga vitellina

Vitelline Warbler | Reinita de las Caimán

De Caymanzanger is een gele zanger met een zeer klein verspreidingsgebied: de drie Kaaimaneilanden en de Swaneilanden voor de kust van Honduras. Hij is nauw verwant aan de prairiezanger en lijkt er sterk op. Er worden drie ondersoorten onderscheiden: vitellina op Grand Cayman, crawfordi op Little Cayman en Cayman Brac, en nelsoni op de Swaneilanden.

Caymanzanger (Setophaga vitellina)
Foto: Rockyrosa — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks van vier of vijf stijgende, zoemende tonen, die aan de zang van de prairiezanger doet denken. De roep is een kort tsjip.

Luister: ZangXC369831

Opname: Craig Brookes — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 13 cm. De bovendelen zijn geelgroen tot olijfgroen, de onderdelen helder geel. Het gezicht is geel, met een olijfkleurige oogstreep en een vage donkere halvemaan onder het oog. Aan de zijkanten van borst en flanken lopen vage, olijfkleurige strepen. De vleugels hebben twee onduidelijke, geelachtige vleugelstrepen, de buitenste staartpennen witte vlekken. De ondersoorten verschillen in de kleur van de onderdelen en de koptekening. Vrouwtjes en jonge vogels zijn doffer.

Verwarrings­soorten

De prairiezanger Setophaga discolor, een algemene wintergast op dezelfde eilanden, heeft zwarte in plaats van olijfkleurige flankstrepen, een scherper zwart gezichtspatroon en bij het mannetje roodbruine streepjes op de rug. De mangrovezanger Setophaga petechia en de gele zanger Setophaga aestiva hebben een egaal geel gezicht en gele vlekken in de staart. Het suikerdiefje Coereba flaveola is donker van boven, met een witte wenkbrauwstreep en een gebogen snavel.

Leefgebied

Droog bos met veel struweel, kuststruweel en doornstruweel; verdraagt enige verstoring en komt ook in tuinen en bebouwde gebieden voor. Zoekt in struiken en het lagere bladerdak naar insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Grand Cayman, Little Cayman en Cayman Brac. Daarnaast op de Swaneilanden (Honduras), buiten het gebied van deze gids. Komt elders niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het droge bos en struweel van Little Cayman en Cayman Brac of het Mastic Trail-gebied op Grand Cayman. In de winter lopen hier ook prairiezangers rond; let dan op de kleur van de flankstrepen en het gezichtspatroon.

Staat van instandhouding

Gevoelig (NT). Het verspreidingsgebied is zeer klein; vooral op Grand Cayman neemt het droge bos af door bebouwing. De soort verdraagt wel enige verstoring.

Wetenschappelijke naam

Setophaga vitellina | (Cory, 1886)

Cory beschreef de soort in 1886 als Dendroica vitellina; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Setophaga is Grieks, van sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend': 'motteneter'. vitellina is Latijn, van vitellus 'eidooier': 'dooiergeel', naar de gele onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Grand Cayman, Caymaneilanden.