Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Cayennetiran

Cayennetiran | Myiarchus tyrannulus

Brown-crested Flycatcher | Copetón tiranillo

De cayennetiran is een grote Myiarchus met een uitgestrekt verspreidingsgebied, van het zuidwesten van de Verenigde Staten tot Argentinië. In het Caribisch gebied is hij een standvogel van Trinidad, Tobago en de ABC-eilanden, waar de nominaatondersoort leeft. De Grenadatiran Myiarchus nugator van Grenada en Saint Vincent is volgens genetisch onderzoek nauw verwant en hoort mogelijk bij deze soort.

Cayennetiran (Myiarchus tyrannulus)
Foto: Dario Sanches — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, nadrukkelijk wiet en een raspend, schurend prrrt. De ochtendzang bestaat uit losse wiet-tonen afgewisseld met complexere frasen.

Luister: ZangXC1163680

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–20 cm; de Caribische vogels behoren tot de kleinere vormen. De grijsbruine kruin heeft donkere veerschachten en vormt een borstelige kuif. De rug is grijzig olijfbruin. Keel en bovenborst zijn lichtgrijs, de buik heldergeel. De vleugels hebben roestbruine randen aan de handpennen en lichte randen aan de dekveren, de staartpennen roestbruine binnenvlaggen. Snavel zwart en vrij zwaar, iris bruin. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De Venezolaanse tiran Myiarchus venezuelensis op Tobago is iets kleiner en fijner gesnaveld, met weinig of geen roestbruin in de staart en klagende fluittonen. De donkerkaptiran Myiarchus tuberculifer op Trinidad is kleiner, met een duidelijk donkere kap. De Grenadatiran Myiarchus nugator komt op andere eilanden voor. De tropische koningstiran Tyrannus melancholicus heeft geen kuif, een gevorkte staart en een gele borst.

Leefgebied

Droog bos, doorn- en cactusstruweel, kuststruweel, mangrove, plantages en tuinen met grote bomen. Jaagt vanaf een zitplaats op insecten en eet ook vruchten. Voor het nest is de soort afhankelijk van grote holten in bomen of zuilcactussen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op Trinidad, Tobago, Aruba, Curaçao en Bonaire. Buiten het gebied van het zuidwesten van de Verenigde Staten en Mexico door Midden-Amerika en een groot deel van Zuid-Amerika tot het noorden van Argentinië; de noordelijkste populaties trekken in de winter weg.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op de ABC-eilanden een van de gewone vogels van het cactusstruweel en de droge kunuku, vaak op een zuilcactus of in een boom bij tuinen. Op Trinidad en Tobago vooral in droog, open terrein en mangrove; op Tobago verdient elke Myiarchus een tweede blik vanwege de Venezolaanse tiran.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en past zich goed aan aan tuinen en verstoord terrein, mits er nestholten zijn.

Wetenschappelijke naam

Myiarchus tyrannulus | (Müller, 1776)

Müller beschreef de soort in 1776 als Muscicapa tyrannulus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiarchus werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Myiarchus is Grieks, van muia 'vlieg' en arkhos 'heerser': 'vliegenvorst'. tyrannulus is Latijn voor 'kleine tiran', verkleinwoord van tyrannus. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.