Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Cayennebosral
Cayennebosral | Aramides cajaneus
Grey-cowled Wood Rail | Rascón cuello gris
De cayennebosral is een grote, kleurrijke ral van moerasbos en mangrove, met een grijze kop en hals, een roestrode borst en een zwarte achterkant. In het Caribisch gebied komt hij alleen op Trinidad voor, waar hij aan de rand van bos en water vaak openlijk foerageert. Vooral in de schemering is hij te horen aan het luide, kakelende duet van paren. Tot 2015 werd hij samen met de roodnekbosral van Mexico en Midden-Amerika als één soort beschouwd.
Geluid
Een luid, herhaald gekakel, vaak in duet, zoals pop-tiyi pop-tiyi co-co-co-co-co, vooral in de ochtend- en avondschemering te horen. Bij alarm een schor, luid gekakel of krijsend getok.
Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
33–40 cm, een stevige ral op lange poten, met een lange, iets afgeplatte snavel. Kop en hals zijn grijs, met een bruinachtige achterkruin. Mantel en vleugels zijn olijfgroen tot donkerbruin; borst en flanken zijn helder roestrood. Buik, stuit en de korte staart zijn zwart. De snavel is groengeel, het oog rood en de poten koraalrood. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer en donkerder. Loopt met opgewipte staart en vliegt zelden.
Verwarringssoorten
Geen andere ral op Trinidad heeft deze combinatie van grijze hals, roestrode borst en zwarte buik. De grijze ral Rallus longirostris van de mangrove is kleiner, grijsbruin met zwart-wit gebande flanken en heeft een langere, slankere snavel. Het waterhoen Gallinula chloropus is donker leigrijs met een rood voorhoofdsschild en zwemt veel.
Leefgebied
Moerasbos, mangrove, de oevers van beken en rivieren in laaglandbos en natte bosranden; plaatselijk ook in parken en terreinen met vijvers dicht bij bos. Foerageert op de grond, vooral in de schemering en 's nachts, op ongewervelden, weekdieren, krabben, zaden en vruchten. Paren blijven het hele jaar bij elkaar en verdedigen een territorium. Het nest is een kom van takjes en bladeren in een struik of lage boom.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied alleen op Trinidad, waar de soort verspreid voorkomt in moerasbos, mangrove en langs beken in het laagland. Buiten het gebied van Costa Rica en Panama door een groot deel van Zuid-Amerika ten oosten van de Andes tot in het noorden van Argentinië en Uruguay.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Trinidad is de soort te zien op plekken waar de vogels aan mensen gewend zijn, zoals het Pointe-à-Pierre Wildfowl Trust, waar ze over open grond langs de vijvers lopen. In de mangrove van het Caroni-moeras en langs bosbeken is hij schuwer en vooral in de schemering te horen. Een stille post bij de waterkant werkt beter dan rondlopen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Op Trinidad lokaal vrij algemeen, maar afhankelijk van moerasbos en mangrove, die door ontginning, bebouwing en droogleggen afnemen. Jacht komt plaatselijk voor.
Wetenschappelijke naam
Aramides cajaneus | (Müller, 1776) (GBIF: Aramides cajanea)
Müller beschreef de soort in 1776 als Fulica Cajanea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aramides werd in 1845 ingevoerd door Pucheran. Aramides is Aramus (koerlan) met Grieks -oidēs 'lijkend op': 'koerlan-achtige'. cajaneus verwijst naar Cayenne in Frans-Guyana, de herkomst van het beschreven exemplaar. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.



