Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Bruine violetoorkolibrie

Bruine violetoorkolibrie | Colibri delphinae

Brown Violetear | Colibrí pardo

De bruine violetoorkolibrie is een middelgrote, overwegend bruine kolibrie van bergbossen, die op Trinidad een geïsoleerde populatie heeft. Ondanks het doffe kleed is de soort agressief: vogels besteden veel tijd aan het verjagen van andere kolibries bij bloemen en voerflessen. Buiten de broedtijd zwerven ze naar lager gelegen bosranden.

Bruine violetoorkolibrie (Colibri delphinae)
Foto: Alejandro Bayer Tamayo from Armenia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Mannetjes zingen in losse groepen vanaf hoge, open takken een luide, eindeloos herhaalde reeks scherpe tonen, tsjip-tsjip-tsjip.

Luister: ZangXC1177344

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm, met een korte, vrijwel rechte zwarte snavel. Het kleed is grijsbruin, met een roestkleurige stuit en grijzige onderdelen. Vanaf het oog loopt een violette vlek schuin naar achteren en omlaag; daaronder ligt een lichte baardstreep, en midden over de keel loopt een glanzende groene en blauwe streep. Het vrouwtje heeft een kleinere keelvlek. Jonge vogels hebben roestkleurige randen aan de bovendelen en weinig of geen violet achter het oog.

Verwarrings­soorten

Geen andere kolibrie van Trinidad is zo egaal bruin en heeft tegelijk een korte, rechte snavel. De heremieten, zoals de roodborstheremietkolibrie Glaucis hirsutus, hebben een lange, gebogen snavel en houden zich op in de ondergroei. Vrouwtjes van de zwartkeelmango Anthracothorax nigricollis hebben een gebogen snavel en witte onderdelen met een zwarte middenstreep.

Leefgebied

Het kronendak en de randen van vochtig bergbos, nevelwoud en koffie- en cacaoplantages in de hogere delen van het Northern Range; buiten de broedtijd ook lager, aan bosranden en in tuinen met bloeiende bomen en struiken. Zuigt nectar en vangt insecten in de vlucht.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen op Trinidad, schaars en onregelmatig in het Northern Range; de aantallen wisselen van jaar tot jaar. Van Tobago is slechts een enkele melding bekend. Daarbuiten van Midden-Amerika door de Andes tot Bolivia, op de tafelbergen van het zuiden van Venezuela en de Guyana's en met een geïsoleerde populatie in Bahia in Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het Asa Wright Nature Centre is de meest betrouwbare plek; in sommige jaren houdt een vogel zich wekenlang op bij de voerflessen op de veranda. Elders in het Northern Range bij bloeiende bomen langs de hoger gelegen wegen. De violette oorvlek is alleen bij goed licht te zien; het bruine kleed en de korte snavel zijn het eerste kenmerk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid in de bergbossen van Midden- en Zuid-Amerika; op Trinidad schaars.

Wetenschappelijke naam

Colibri delphinae | (Lesson, 1839)

Lesson beschreef de soort in 1839 als Ornismya Delphinae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Colibri werd in 1824 ingevoerd door Spix. Colibri is de Spaanse en Franse naam voor een kolibrie, vermoedelijk ontleend aan een woord uit een Caribische (Cariben-)taal. delphinae verwijst naar Delphine d'Albémar, de tragische heldin van Madame de Staëls roman Delphine (1802). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bogotá, Colombia (later aangewezen).