Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Azuurpurperhoen

Azuurpurperhoen | Porphyrio flavirostris

Azure Gallinule | Calamoncillo celeste

Het azuurpurperhoen is het kleinste purperhoen, een bleke, Zuid-Amerikaanse moerasvogel die in het gebied alleen op Trinidad bekend is. Het leeft verscholen in hoog moerasgras en drijvende vegetatie en wordt daardoor weinig gezien. Over grote delen van het areaal verplaatst de soort zich met de seizoenen, waarbij ze de natte tijd volgt; ook de vogels op Trinidad lijken daar niet het hele jaar te zijn.

Azuurpurperhoen (Porphyrio flavirostris)
Foto: Vincent A. Vos — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil; soms een korte triller. Over het geluidsrepertoire is weinig vastgelegd.

Luister: DuetXC777750

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–26 cm, slank, met lange tenen. Kruin, achterhals en rug zijn licht olijfbruin, de rug met donkere veercentra. De vleugeldekveren zijn helder azuurblauw tot groenblauw, wat bij een opvliegende vogel zichtbaar is. Gezicht, halszijden en borst zijn licht blauwgrijs, buik en onderstaart wit. Snavel en voorhoofdsschild zijn bleek groengeel, de poten geel. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn bruiner, met een okerkleurig gezicht en minder blauw op de vleugel.

Verwarrings­soorten

Het Amerikaans purperhoen Porphyrio martinica is groter en donkerder, met een paarsblauwe kop en onderdelen, een rode snavel met gele punt en een lichtblauw schild. Jonge Amerikaanse purperhoenders lijken sterk op het azuurpurperhoen, maar zijn groter en hebben een minder blauwe vleugel en een doffere, bruinere borst.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen met tamelijk diep water en veel hoog moerasgras en drijvende planten, natte savanne, seizoensplassen en rijstvelden, in het laagland. Foerageert in de vegetatie op zaden, insecten en andere kleine ongewervelden en klimt daarbij langs grashalmen. Het nest ligt in dichte begroeiing boven het water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op Trinidad, waar de soort schaars en onregelmatig in de zoetwatermoerassen en rijstvelden wordt gezien. Of ze er broedt, is niet duidelijk vastgesteld; waarschijnlijk gaat het vooral om vogels die met het natte seizoen van het Zuid-Amerikaanse vasteland komen. Van Tobago en de andere eilanden zijn geen vaste vindplaatsen bekend. Buiten het gebied in het noorden en midden van Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, van Colombia, Venezuela en de Guyana's tot in Bolivia, Paraguay en het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Uitgestrekte zoetwatermoerassen met hoog gras en drijvende vegetatie zijn het meest kansrijk, zoals het Nariva-moeras. De vogel komt soms kort aan de rand van open water of op drijvend blad tevoorschijn; een opvliegende vogel valt op door de lichtblauwe vleugels en de bungelende gele poten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; de soort heeft een groot areaal in Zuid-Amerika. Op Trinidad hangt haar voorkomen af van grote zoetwatermoerassen, die onder druk staan door ontwatering, branden en omzetting in landbouwgrond.

Wetenschappelijke naam

Porphyrio flavirostris | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Fulica flavirostris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Porphyrio werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Porphyrio is Latijn, van het Griekse porphuriōn, bij de klassieke schrijvers de naam van het purperhoen, afgeleid van porphura 'purper'. flavirostris is Latijn, van flavus 'geel' en rostrum 'snavel', naar de geelgroene snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.