Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Amazonestern

Amazonestern | Sternula superciliaris

Yellow-billed Tern | Charrancito amazónico

De amazonestern is een kleine stern van de rivieren en meren van Zuid-Amerika, die daar op zandbanken in de grote rivieren broedt. Buiten de broedtijd trekt een deel van de vogels naar kustlagunes en riviermondingen. In het Caribisch gebied is hij een zeldzame gast vanaf het nabije vasteland, vrijwel alleen op Trinidad.

Amazonestern (Sternula superciliaris)
Foto: Andreas Trepte — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Hoge, korte kiek-roepen en een snel, kwetterend kie-kie-kie, vergelijkbaar met de Amerikaanse dwergstern.

Luister: DuetXC1146687

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–25 cm, klein en compact. In zomerkleed een zwarte kap met een witte voorhoofdsdriehoek en een zwarte oogstreep, lichtgrijze bovendelen en witte onderdelen. De snavel is vrij lang en stevig en geheel geel, zonder zwarte punt; de poten zijn geel. De buitenste handpennen vormen een donkere wig aan de vleugelpunt. In winterkleed is de kruin wit met donkere streepjes en blijft de snavel grotendeels geel. Jonge vogels hebben bruingeschubde bovendelen en een dofgele snavel met donkere punt.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse dwergstern Sternula antillarum is iets kleiner en heeft een slankere snavel met een zwarte punt; in winterkleed en als jonge vogel is die snavel grotendeels zwart. Bij de amazonestern is de snavel duidelijk dikker en vrijwel altijd geel. De visdief Sterna hirundo is veel groter, met een rode of zwarte snavel en lange staartpennen.

Leefgebied

In het broedgebied grote rivieren met zandbanken en meren; buiten de broedtijd ook riviermondingen, kustlagunes, slikken en rijstvelden. Vist door boven het water te bidden en zich erin te laten vallen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad meerdere malen gezien, vooral aan de westkust en in de lagunes en rijstvelden van het binnenland; verder geen betrouwbare gevallen in het gebied. Buiten het gebied in Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, van Colombia en Venezuela tot Noord-Argentinië en Uruguay.

Hoe en wanneer kijken

Bij groepen kleine sterns op de westkust van Trinidad is het de moeite waard om op snavelkleur en -dikte te letten. Een geheel gele, stevige snavel buiten het broedseizoen van de dwergstern wijst op deze soort.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijdverspreid langs Zuid-Amerikaanse rivieren. Dammen, wisselende waterstanden en verstoring van zandbanken kunnen het broedsucces plaatselijk verminderen. In het Caribisch gebied een zeldzame gast zonder vaste aanwezigheid.

Wetenschappelijke naam

Sternula superciliaris | (Vieillot, 1819)

Vieillot beschreef de soort in 1819 als Sterna superciliaris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sternula werd in 1822 ingevoerd door Boie. Sternula is een Latijnse verkleinvorm van Sterna en betekent dus 'sterntje'. superciliaris is Latijn voor 'met wenkbrauw', naar het wit boven het oog bij de zwarte kap. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.